blackjacken

werkw.
Afbreekpatroon:  'black - jac - ken
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  blackjackte (verl.tijd )
Vervoegingen:  geblackjackt (volt.deelw.)

potje blackjack spelen (kaartspel)
Voorbeeld:  `in het casino kun je veel geld verliezen als je roekeloos gaat blackjacken`