• zonder blikken of blozen (=onbeschaamd, zonder zich iets van anderen aan te trekken) • zo blind als een mol (=stekeblind) • zij hangt haar man de blauwe huik om (=zij bedriegt haar man) • ziende blind en horende doof zijn (=slechte dingen niet willen zien en horen) • wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten (=wie een risico neemt, moet de gevolgen dragen) Toon alle 171 spreekwoorden die bl bevatten