het voorschot

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['vorsxɔt]
Verbuigingen:  voorschot|ten (meerv.)

deel van een som dat eerst betaald wordt
Voorbeelden:  `Het bedrijf kreeg een voorschot van twee miljoen op de schadevergoeding.`,
`De huurmoordenaar vroeg een voorschot van € 10.000.`
Synoniem:  aanbetaling
een voorschot nemen (op iets)  ((iets) niet afwachten, bijvoorbeeld om het te kunnen beïnvloeden) `Met die uitspraak neemt hij alvast een voorschot op de komende besprekingen.` Synoniem: anticiperen (op iets)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
krediet onkosten

9 definities op Encyclo
  1. 1> dwarsscheepse wand aan de voorzijde van iets. het deel wat een romp aan de voorzijde dwarsscheeps afsluit wordt gewoonlijk een voorbord genoemd. 2> ruimendschot.
  2. De houten bekleding van het bovendeel van de gevel zoals in de Zaanstreek gebruikelijk is.
  3. bovendeel van een gevelbetimmering.
  4. wat je alvast krijgt, hoewel je er pas later recht op hebt vb: ik kreeg een voorschot op mijn salaris een renteloos voorschot [waarover je geen rente hoeft te betalen]
  5. Houten bekleding van het bovendeel van een gevel zoals in de Zaanstreek gebruikelijk is.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met voorschot:
voorschotelenvoorschotten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
voorschot

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `voorschot` kennen.