de goedheid
zelfst.naamw. (v.)
| Uitspraak: | [ˈxuthɛit] |
| Afbreekpatroon: | goed·heid |
eigenschap dat je vriendelijk en eerlijk bent | Voorbeeld: | `Zij maken misbruik van zijn goedheid: ze vragen hem steeds weer om geld.` | |
| de goedheid hebben om... | (zo vriendelijk zijn om...) |
3 definities op Encyclo
- vriendelijkheid en welwillendheid vb: op zoveel goedheid had ik niet gerekend! hij is de goedheid zelve [heel vriendelijk en welwillend] grote goedheid! [alle mensen! (bij verbazing of schrik)]
- 1) Gunst 2) Welwillendheid 3) Deugd 4) Weldaad 5) Hoofddeugden van laotse 6) Toegevendheid 7) Braafheid
- het goed zijn, rechtschapenheid, vriendelijkheid
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de goedheid' of 'het goedheid'?
Het is 'de goedheid', want goedheid is vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die goedheid'.
Wat betekent goedheid?
'eigenschap dat je vriendelijk en eerlijk bent'
Hoe spel je goedheid?
goedheid spel je G O E D H E I D Op andere websites
Zoek goedheid in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek goedheid op
Google
Zoek goedheid op
Woordenlijst.org
Zoek goedheid in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek goedheid op
Wikipedia