bijleggen

werkw.
Uitspraak:  ['bɛilɛxə(n)]
Vervoegingen:  legde bij (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bijgelegd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) een deel van een bedrag betalen
Voorbeelden:  `Iedereen moet een tientje bijleggen.`,
`Als je tekort komt, leg ik wel bij.`
Synoniem:  bijbetalen

2) na ruzie vrede sluiten
Voorbeelden:  `een burenruzie bijleggen`,
`De ruziemakers hebben het weer bijgelegd.`
Synoniem:  schikken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanvullen bijbetalen extra betalen geld toe leggen goedmaken meebetalen ruzie afsluiten schikken verzoenen

9 definities op Encyclo
  1. een schip bij storm met de kop in de wind leggen [zie ook: bijlegger].
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] en ow. [gelijkvloeiend] en [onregelmatig] (ik legde of leide bij, heb bijgelegd of bijgeleid), bijdoen; tot een ...
  3. Def.: schip met de kop recht in de wind leggen Toelichting: Methode om een storm af te rijden, om averij te voorkomen. Er is nauwelijks voortgang, maar wel ruime drift.
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Bijleggen``] Bij een' storm met zoo weinig zeilen mogelijk, digt bij den wind leggen (zie Wind) zoo dat het schip zoo min mogelijk ...
  5. • [ov] toevoegen. • [ov] meningsverschil of ruzie oplossen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bijleggen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bijleggen` kennen.