belijden

werkw.
Uitspraak:  [bə'lɛidə(n)]
Vervoegingen:  beleed (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beleden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

uitspreken dat je iets gelooft
Voorbeeld:  `belijdend lid van een kerk`
je zonden belijden  (erkennen dat je hebt gezondigd)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhangen bekennen getuigen

6 definities op Encyclo
  1. (een geloof) aanhangen, bekennen Jaar van herkomst: 1282 (CG I 1, 662 )
  2. • [ov] een verklaring afleggen een bepaald geloof aan te hangen
  3. dulden
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik beleed, heb beleden), bekennen; eene godsdienst -; erkennen. ZICH -, ww. - met, zich behe...
  5. er eerlijk voor uitkomen vb: hij beleed zijn zonden een bepaald geloof aanhangen vb: hij belijdt de protestante godsdienst
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met belijden:
belijdenisbelijdenisgeschriftbelijdenissen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
belijden (bekennen; een geloof aanhangen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 90% van de Vlamingen het woord `belijden`.