behept
bijv.naamw.
| Uitspraak: | [bə'hɛpt] |
| Afbreekpatroon: | be·hept |
| behept zijn met | ((een kwaal of vervelende eigenschap) hebben) `Ze is behept met allerlei rare ziekten..` |
4 definities op Encyclo
- •"~ met": onderhevig aan een bepaalde, meestal onaangename eigenschap
- 1) In bezit van 2) Lijdende aan een lastige gewoonte 3) Lijden aan een lastige gewoonte 4) Lijdend aan 5) Lijdend aan een lastige gewoonte 6) Lijdend aan een vaste gewoonte 7) Lijdend aan een zedelijk gebrek 8) Lijdende aan een ongemak 9) Lijdende aan een vaste gewoonte 10) Lijdende aan een zedelijk gebrek
- lijdend aan een zedelijk gebrek Jaar van herkomst: 1691 (WNT )
- Spreekwoorden: (1914) Behept zijn met iets, d.w.z. aan een zedelijk gebrek lijden; 17<sup>de<-sup> eeuw ook: aan een kwaal, een ziekte lijdende zijn, waarnaast ook behipt met (of in) iets zijn voorkwam in den zin van: ergens in betrokken zijn. Men houdt behept (dat voor ons taalgevoel verwant is m...
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
behept (lijdend aan)Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Hoe spel je behept?
behept spel je B E H E P T Op andere websites
Zoek behept in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek behept op
Google
Zoek behept op
Woordenlijst.org
Zoek behept in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek behept op
Wikipedia