I bleu

bijv.naamw.
Verbuigingen:  bleuer
Verbuigingen:  bleust

1) schuchter, bedeesd, verlegen, blood, blo

2) lichtblauw
Voorbeeld:  `het oranje blanje bleu (de Nederlandse vlag)`


II de bleu

zelfst.naamw. (v.)

tolunie tussen België en Luxemburg


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
bedeesd beschroomd schroomvallig schuchter timide verlegen

6 definities op Encyclo
  1. Blauw. Jong. Bij vis (forel): gekookt. Bij vlees: heel eventjes gebakken, nog bijna rauw.
  2. lichtblauw.
  3. 1) Angstig 2) Bang 3) Bedeesd 4) Bedremmeld 5) Beschroomd 6) Blauw 7) Blauwschimmelkaas 8) Blode 9) Eenkennig 10) Kaassoort 11) Kleur 12) Lichtblauw 13) Nieuwkomer 14) On...
  4. De buitenkant is bruin gekorst. De binnenkant is rauw van binnen (bloederig): 1 minuut per kant bakken, of te wel gewoon dichtschroeien en op het bord. Weinig of geen voc...
  5. Frans voor vlees dat van binnen nog rauw is (engels very rare)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bleu:
bleuheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bleu (lichtblauw)
  2. bleu (verlegen)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 90% van de Nederlanders en 85% van de Vlamingen het woord `bleu`.