de beet

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bet]
Verbuigingen:  beten (meerv.)

1) keer dat je bijt
Voorbeeld:  `een beet uit een reep chocola`
Synoniem:  hap
beet hebben  (een vis aan je haak hebben)
beet!  (<wat je roept als je iemand of iets te pakken krijgt>) Synoniem: hebbes!

2) wond door bijten
Voorbeelden:  `de beet van een hond`,
`kwallenbeet`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
biet gepakt hap knauw

Spreekwoorden en zegswijzen
• een bitter beetje (=een klein beetje)
• alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. Manier waarop snijtanden in onder- en bovenkaak t.o.v. elkaar staan.
  2. Manier waarop snijtanden in onder- en bovenkaak t.o.v. elkaar staan.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), ~WORTEL, m. (-en), [zeker, zekere] suikerhoudende aardvrucht, kroot. ~, m. (beten), hap met de tanden; een - (beter eene bet...
  4. de manier waarop de snijtanden in onder- en bovenkaak t.o.v. elkaar staan
  5. hap Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met beet:
beetgaarbeetgehadbeetgekregenbeetgenomenbeetgepaktbeethebbenbeethoudenbeetjebeetnemenbeetpakkenbeetsuikerbeetwortel

Deze woorden eindigen op beet:
analfabeetdigibeetfrisbeetheb beetkrijg beetmuggenbeetneem beetontbeetpak beetalefbeetsuikerbeetcomputeranalfabeetslangenbeetdiabeetkwallenbeetverbeet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. beet (hap, het bijten)
  2. beet = biet


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `beet` kennen.