I de achteruit

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ɑxtəœyt]

stand van de versnellingsbak waarmee je achteruit rijdt
Voorbeeld:  `Je moet hem eerst in zijn achteruit zetten.`


II achteruit

bijwoord
Uitspraak:  [ɑxtəœyt]

naar achteren
Voorbeeld:  `achteruit de parkeerplaats inrijden`
Antoniem:  vooruit

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achterwaarts retour rugwaarts terug vooruit (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
achteruit zeilen (=achteruit gaan)
achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] achterwaarts. ~, o. [geen meervoud] uitgang in het achterhuis. ~DEINZEN, ow. [gelijkvloeiend] (ik deinsde achteruit, heb ach...
  2. Uit `De lagere vaktalen: De vogelvangerstaal` 1914 de langs de achterzijde uitloopende gegraven trapezium (ziet vooruit).
  3. naar achteren vb: wilt u even een stapje achteruit doen? Tegenstellingen: vooruit voorwaarts
  4. 1) Achterwaarts 2) Naar achteren 3) Retour 4) Ruggelings 5) Rugwaarts 6) Terug 7) Uitvlucht
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met achteruit:
achteruitgaanachteruitgangachteruitgedeinsdachteruitgegaanachteruitgekrabbeldachteruitgelopenachteruitgeredenachteruitgeslagenachteruitgewekenachteruitgezetachteruitkijkspiegelachteruitkijkspiegelsachteruitrijdenachteruitrijlampachteruitrijlampen

Deze woorden eindigen op achteruit:
deins achteruitga achteruitloop achteruitrijd achteruitsla achteruitwijk achteruitzet achteruit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
achteruit

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `achteruit` kennen.