de bagage

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [baˈxaʒə]
Verbuigingen:  bagage|s (meerv.)

koffers, tassen enz. die je meeneemt op reis
Voorbeeld:  `veel bagage bij zich hebben`
culturele bagage  (kennis van kunst en cultuur)
intellectuele bagage  (brede kennis van wetenschap en maatschappij)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bepakking bundel pak plunje tuig uitrusting

11 definities op Encyclo
  1. Houders van verschillende vorm en afmeting primair bedoeld voor de bezittingen van een reiziger. Categorie: Houders > houders voor persoonlijke zaken.
  2. Let op: Spelling van 1858 bagaadje, zaken die men op reis of in den oorlog medeneemt
  3. Bagage, zijn de spullen die de hotelgasten meenemen om te overnachten in en hotel.
  4. wat je bij je hebt als je op reis gaat vb: hoeveel bagage mag je meenemen in het vliegtuig?
  5. •een verzameling van eigendommen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bagage:
bagagebureaubagagedragerbagagedragersbagagenetbagagenettenbagageruimtebagagewagenbagagewagens

Deze woorden eindigen op bagage:
handbagage

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bagage (wat men op reis meeneemt)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `bagage`.