auditeren

werkw.
Uitspraak:  [ɑudi'terə(n), odi'terə(n)]
Vervoegingen:  auditeerde (volt.deelw.)
Vervoegingen:  heeft geauditeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) auditie doen
Voorbeeld:  `auditeren voor een rol in een film`

2) een audit doen
Voorbeeld:  `Zij hebben veel bedrijfservaring en weten wat auditeren is.`

3) toehoorder zijn educatie
Voorbeeld:  `auditeren of als toehoorder college volgen`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Toehoorder zijn 2) Toehoren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
auditeren (toehoorder zijn)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `auditeren`.