architraaf

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  architraven
Verbuigingen:  architraafje

1) in de bouwkunst uit het Midden-Oosten, de Griekse en de Romeinse architectuur de onderste dragende balk in het hoofdgestel (kroonwerk) van een gebouw

2) onderste vlakke gedeelte aan een kroonlijst, de gevellijst

3) (houten) lijst als sierafwerking rondom een kozijn


Bron: WikiWoordenboek.

12 definities op Encyclo
  1. het laagste deel van een klassiek versieringsschema, dat wil zegen de blokken die direct op de zuilen rusten. Vaak vormgegeven volgens een vast decoratiepatroon.
  2. (bouwkunde) hoofdbalk van het kroonwerk van een gebouw, die op de kapitelen van de zuilen rust en het verdere lijstwerk draagt
  3. Het laagste deel van een klassiek entablement, d.w.z. een aantal steenblokken die direct op de zuilen rusten. 5-24: Dorische, ionische en corinthische orde
  4. Let op: Spelling van 1858 (bouwk.) de hoofdbalk bovendrempel; het onderste gedeelte van de boven eene zuil zich bevindende kroonlijst
  5. architectonische termen De architraaf vormt het laagste onderdeel van een hoofdgestel in de klassieke en classicistische bouwkunst en werd reeds in de Minoïsche en My...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
architraaf (hoofdbalk)