alerten

werkw.
Afbreekpatroon:  a - 'ler - ten
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  alertte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gealert (volt.deelw.)

attenderen, attent maken op
Voorbeelden:  `Hij alertte haar op de gunstige arbeidsvoorwaarden.`,
`Als je me daar eerder op had gealert, had ik die fout niet gemaakt.`