alarmeren

werkw.
Uitspraak:  [alɑr'merə(n)]
Vervoegingen:  alarmeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gealarmeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) oproepen bij gevaar
Voorbeeld:  `een arts alarmeren bij een verkeersongeluk`

2) onrust wekken bij (iemand)
Voorbeeld:  `Terreurdaden alarmeren de bevolking.`
Synoniem:  beangstigen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beangstigen bijeenroepen opwekken wekken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die alarmeren betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de noodklok luiden;

4 definities op Encyclo
  1. waarschuwen dat er gevaar dreigt of dat er hulp moet komen vb: hij alarmeerde de politie via 112 alarmerend nieuws [verontrustend nieuws]
  2. Def.: het geven van een alarm dat, al dan niet via hetzelfde medium, dient te worden gevolgd door een oproep (eenheden-diensten) of een waarschuwing (o.a. het publiek
  3. • [ov] door alarm oproepen of bijeenroepen. • [ov] in opschudding brengen.
  4. 1) Beangstigen 2) Bijeenroepen 3) In opschudding brengen 4) Opwekken 5) Samenroepen 6) Schrik aanjagen 7) Verontrusten 8) Waarschuwen 9) Wakker maken 10) Wakker schudden ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
alarmeren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `alarmeren`.