afzakken

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfsɑkə(n)]
Vervoegingen:  zakte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is afgezakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) naar beneden zakken
Voorbeelden:  `Mijn broek zakt af.`,
`Het land is langzaam afgezakt naar de narcostaat die het nu is.`

2) stroomafwaarts gaan
Voorbeeld:  `de rivier afzakken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afgaan afglijden aftakelen inzinken vervallen wegglijden wegzinken

6 definities op Encyclo
  1. naar beneden vallen of schuiven vb: Jasper, je broek zakt af! Tegenstelling: ophalen langzaam naar een lager gedeelte reizen vb: we zakten de rivier af
  2. • [erga] naar beneden glijden. • [erga] alcohol drinken.
  3. achteraan (in het peloton) gaan rijden
  4. 1) Aan lager wal raken 2) Afgaan 3) Afglijden 4) Aftakelen 5) Afzijgen 6) Dalen 7) Glijden 8) Inzinken 9) Kalven 10) Naar beneden gaan 11) Naar beneden glijden 12) Neerga...
  5. achteraan (in het peloton) gaan rijden
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afzakken

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `afzakken` kennen.