afrukken

werkw.
Uitspraak:  ['ɑfrʏkə(n)]
Vervoegingen:  rukte af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgerukt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met een ruk wegnemen
Voorbeeld:  `iemands gezichtssluier afrukken.`

2) (een penis) met de hand tot een zaadlozing brengen informeel
Voorbeelden:  `een pik afrukken`,
`Een groep geile jongens is zich aan het afrukken.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afscheuren aftrekken losrukken onaneren

2 definities op Encyclo
  1. het plotseling, met een ruk los trekken vb: de wind rukte de bladeren van de bomen af met geweld van het lijf rukken vb: hij rukte het masker van het meisje af zorgen dat...
  2. 1) Afscheuren 2) Aftijgen 3) Aftrekken 4) Ergens heen trekken 5) Losrukken 6) Met geweld aftrekken 7) Nederrukken 8) Onaneren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
afrukken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `afrukken`.