achterlopen

werkw.
Uitspraak:  ['ɑxtərlopə(n)]
Vervoegingen:  liep achter (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft achtergelopen (volt.deelw.)

1) (van een klok) een eerder tijdstip aangeven dan het feitelijk is
Voorbeeld:  `Mijn horloge loopt tien minuten achter.`
Antoniem:  voorlopen

2) niet voldoen aan moderne eisen of daar te weinig van weten
Voorbeelden:  `De overheid loopt nog flink achter op automatiseringsgebied.`,
`Interactieve televisie loopt achter op de techniek van internet.`
Antoniem:  voorliggen

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  • • [inerg] een vroegere tijd aangeven dan de juiste
  • 1) Nagaan 2) Nalopen 3) Niet bij de tijd zijn
  • Toon uitgebreidere definities