aanmodderen

werkw.
Uitspraak:  [ˈanmɔdərə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·mod·de·ren
Vervoegingen:  modderde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangemodderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

niet ordelijk werken
Voorbeeld:  `maar wat aanmodderen omdat je niet weet hoe je iets moet doen`
Synoniemen:  prutsen, aanrommelen


Synoniemen
aanrommelen   prutsen   rommelen   stumperen   

Intensiveringen
Uitdrukkingen die aanmodderen betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
er een potje van maken;

1 definitie op Encyclo
  • 1) Klungelen 2) Ondoelmatig te werk gaan 3) Knoeien 4) Aanrommelen 5) Pielen 6) Prutsen 7) Zonder plan werken 8) Stumperen 9) Rommelen 10) Flodderen
Toon uitgebreidere definities

Taaladvies
Waar komt de zegswijze pappen en nathouden vandaan? Zie Pappen en nathouden

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aanmodderen?
De verleden tijd van aanmodderen is 'modderde aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft aangemodderd'.
Wat betekent aanmodderen?
'niet ordelijk werken'
Hoe spel je aanmodderen?
aanmodderen spel je A A N M O D D E R E N
Wat is een ander woord voor aanmodderen?
Andere woorden voor aanmodderen zijn aanrommelen, prutsen, rommelen en stumperen.

Op andere websites
Zoek aanmodderen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aanmodderen op Google
Zoek aanmodderen op Woordenlijst.org
Zoek aanmodderen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aanmodderen op Wikipedia