aankunnen

werkw.
Uitspraak:  ankʏnə(n)]
Vervoegingen:  kon aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangekund (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) sterk genoeg zijn om iets te kunnen doen
Voorbeeld:  `een zware baan aankunnen`

2) even sterk of sterker zijn dan (iemand anders)
Voorbeelden:  `Hij probeerde me op de grond te krijgen, maar ik kon hem makkelijk aan.`,
`iemand aankunnen in een debat`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanpassen afkunnen ertoe in staat zijn ervan op het alleen zijn aankunnen opgewassen zijn tegen

3 definities op Encyclo
  1. er groot of slim of sterk genoeg voor zijn vb: Iris kan het huiswerk echt wel aan
  2. •baas kunnen.
  3. 1) Aanpassen 2) Afkunnen 3) Berekend zijn 4) Berekend zijn voor 5) Ertegenop kunnen 6) Kunnen rekenen 7) Mannen 8) Opgewassen tegen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aankunnen`.