aangroeien

werkw.
Uitspraak:  ['anxrujə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·groei·en
Vervoegingen:  groeide aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is aangegroeid (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) weer groeien
Voorbeeld:  `Na het knippen groeien je nagels vanzelf weer aan.`

2) groter of krachtiger worden
Voorbeelden:  `een snel aangroeiende menigte`,
`een aangroeiende koude wind`

3) bedekt worden (met een laagje)
Voorbeeld:  `Mijn bootje is aangegroeid met algen.`


Synoniemen
aanwassen   aanwinnen   aanzwellen   de hoogte ingaan   gedijen   groeien   groter worden   meerderen   omhooggaan   ophopen   opstapelen   opzetten   stijgen   toenemen   vermeerderen   zich vermeerderen   

2 definities op Encyclo
  • 1) Aanwassen 2) Opstapelen 3) Ophopen 4) Stijgen 5) Aanwinnen 6) Aanzwellen 7) Omhooggaan 8) Vermeerderen 9) Aanvlotten 10) Toenemen 11) Aanhopen 12) Meerderen 13) Opzetten 14) Groeien 15) Gedijen
  • het aanhechten van plantaardige of dierlijke organismen, aan het onderwaterschip, visnetten en andere voorwerpen die zich in het water bevinden.
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aangroeien?
De verleden tijd van aangroeien is 'groeide aan'. Het voltooid deelwoord is 'is aangegroeid'.
Wat betekent aangroeien?
'weer groeien' en 'groter of krachtiger worden' en 'bedekt worden (met een laagje)'
Hoe spel je aangroeien?
aangroeien spel je A A N G R O E I E N
Wat is een ander woord voor aangroeien?
Andere woorden voor aangroeien zijn aanwassen, aanwinnen, aanzwellen, de hoogte ingaan, gedijen, groeien, groter worden, meerderen, omhooggaan, ophopen, opstapelen, opzetten, stijgen, toenemen, vermeerderen en zich vermeerderen.

Op andere websites
Zoek aangroeien in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aangroeien op Google
Zoek aangroeien op Woordenlijst.org
Zoek aangroeien in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aangroeien op Wikipedia