de Curaçaoënaar

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  Curaçaoënaren<br>Curaçaoënaars
Verbuigingen:  Curaçaoënaartje

inwoner van Curaçao
Voorbeeld:  `De Curaçaoënaars gingen naar de stembus.`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Inwoner van curaçao
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Curaçaoënaar:
Curaçaoënaars