Synoniemen
Schuur

Boet als dialectwoord
boot (Huizings)   boot (Dilbeeks)   woning (Berg en Terblijts)   boot (Brakels (gld))   boete (Bilzers)   keet (Limburgs)  
Toon alle 16 dialectwoorden

Spreekwoorden en zegswijzen
• de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  • (woning) Klein huis. (Haslinghuis)
  • [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] baak
  • [Vergeten woorden] (m.) liefkozende aanspreekvorm van een jongen: kom, boet! [= Zuid-Afrikaans boet, Gronings buit, van bat-boet ‘goed’]
  • 1) Bewaarplaats 2) Keet 3) Schuur 4) Schuurtje 5) Loods 6) Vuurtoren 7) Bergplaats 8) Korte jongensnaam 9) Kleine loods 10) Kleine schuur 11) Deel van een boerderij
  • Boet is een Nederlandse jongensnaam. Het betekent `Hij die zijn wensen kenbaar maakt`.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Boet:
boeteboetebedingboetebedragboeteclausuleboetedoeningboetegeldboetekleedboetelingboetelingensneeuwboetemaatregelboetenboeten voorboetepolisboetepreekboeterboeterenteboetestelselboetesysteemboetetariefboetevergrijp
Toon alle woorden die beginnen met Boet

Deze woorden eindigen op Boet:
maraboet
Toon alle woorden die eindigen op Boet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. boet (kerel)
  2. boet = boede


Op andere websites
Zoek Boet in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek Boet op Google
Zoek Boet op Woordenlijst.org
Zoek Boet in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek Boet op Wikipedia