sauveren

werkw.
Uitspraak:  [so'verə(n)]
Afbreekpatroon:  sau·ve·ren
Vervoegingen:  sauveerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesauveerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

behoeden voor teloorgang of gezichtsverlies
Voorbeeld:  `Ze hebben hem in de laatste jaren van zijn loopbaan gesauveerd en hem de schande van een oneervol ontslag bespaard.`


3 definities op Encyclo
  • 1) Redden 2) Behouden 3) Ontzien 4) Voor schandaal behoeden 5) Besparen
  • burgerlijk procesrecht: zeker stellen. Bijv. de termijn ~ : een termijn halen. ...
  • de hand boven het hoofd houden Jaar van herkomst: 1839 (WNT afkomen )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sauveren (de hand boven het hoofd houden)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van sauveren?
De verleden tijd van sauveren is 'sauveerde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft gesauveerd'.
Wat betekent sauveren?
'behoeden voor teloorgang of gezichtsverlies'
Hoe spel je sauveren?
sauveren spel je S A U V E R E N

Op andere websites
Zoek sauveren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek sauveren op Google
Zoek sauveren op Woordenlijst.org
Zoek sauveren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek sauveren op Wikipedia