sauveren

werkw.
Uitspraak:  [so'verə(n)]
Vervoegingen:  sauveerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesauveerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

behoeden voor teloorgang of gezichtsverlies
Voorbeeld:  `Ze hebben hem in de laatste jaren van zijn loopbaan gesauveerd en hem de schande van een oneervol ontslag bespaard.`

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik sauveerde, heb gesauveerd), redden; een sauve qui peut, een algemeene vlugt. ZICH-, ww. zic...
  2. de hand boven het hoofd houden; in bescherming nemen
  3. 1) Behouden 2) Besparen 3) Ontzien 4) Redden 5) Voor schandaal behoeden
  4. [burgerlijk procesrecht] zeker stellen. Bijv. de termijn ~ : een termijn halen…
  5. de hand boven het hoofd houden Jaar van herkomst: 1839 (WNT afkomen )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sauveren (de hand boven het hoofd houden)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 59% van de Nederlanders en 55% van de Vlamingen het woord `sauveren`.