de 1 aprilgekte

zelfst.naamw. (v.)
Verbuigingen:  1 aprilgektes

de gekte die er kan leven op 1 april waarbij er allerlei grappen worden uitgehaald.
Voorbeeld:  `De 1 aprilgekte had de toeschouwers in hun greep.`


Bron: WikiWoordenboek.