3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zult`
- de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
- je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
- je zult ze maar de kost moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
Eén betekenis bevat `zult`
- wie kwaad doet, kwaad ontmoet. (=je zult gestraft worden voor slechte daden)
38 dialectgezegden bevatten `zult`
- 'n vleegendje krej vingtj mieër as 'n zittendje (=je zult er iets voor moeten doen) (Weerts)
- 't zal au [gat] voaren (=je zult moeten wennen) (Wichels)
- 't zal au / au gat voaren (=je zult er moeten aan wennen (ook: voordeel door hebben)) (Wichels)
- asset nie verstees moesset mér verzitte (=ge zult het wel verstaan) (Bilzers)
- da geet nog e stétsje krijge (=ge zult de gevolgen nog zien) (Bilzers)
- das ne brief naar Rome waor ge gin aosum op zult krijge (=dat is een zinloze onderneming) (Oudenbosch)
- de aoënhaager wènt en de broekësjijter stink (=doe zo maar verder en je zult wel zien waar je uitkomt !) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dé witte tonnie! (=Daar zult u op generlei wijze achter kunnen komen!) (Tilburgs)
- de zuls hel moette krabbe / kretse (=je zult hard moeten werken) (Munsterbilzen - Minsters)
- dikke mik meej zuure zult (=prima voor elkaar) (Tilburgs)
- ge gao me nog plat rinneweern (=je zult me nog veel geld kosten) (Kortemarks)
- ge gaoj jne pettn zien (=je zult afzien) (Kortemarks)
- ge goaj jne pettn zien (=je zult afzien) (Lichtervelds)
- ge goat dad un bitsje moet'n èèr'n (=je zult dit even moeten verdragen, doorstaan) (Wevelgems)
- ge goat er moet'n joen leen'n an leg'n (=je zult je extra moeten inspannen) (Wevelgems)
- ge kuint 'r ne puint an zooin (=je zult het niet beter kunnen (niet overtreffen) (uitdagend gezegd) ) (Waregems)
- ge ziejln't vazeleven nie klap'n (=je zult het nooit weten) (Brakels)
- ge zoedt er no mee geen tange naar rieëkn (=zodanig vies is het, dat je het zeker niet zult vastnemen) (Waregems)
- ge zult bruin zeep aan uwen durpel mogen doen (=een knap kind hebben) (Sinnekloases en niekaarks)
- ge zult de bolln meugn kièèrn (=ge zult de gevolgen moeten dragen) (Lichtervelds)
- ge zult em ne gank zien gaon (=hij zal moeten zorgen dat hij wegkomt) (Kortemarks)
- ge zult nog veel smalle stronten schijd' n! (=je zal nog afzien) (Deinzes)
- ge zult ut menneke wel worre (=van jou komt niets terecht) (Bosch)
- goej tër mér mèt, de hëbs gelijk (=strooi maar goed met je geld, je zult het nog wel eens zien...) (Munsterbilzen - Minsters)
- Het stinkt hier: reactie: Je zult je nek wel ruiken (=het stinkt hier: reactie: hoe kom je er bij) (Utrechts)
- ich zal dich ëns leire zinge en daase (=je zult nog goed naar me gaan luisteren) (Munsterbilzen - Minsters)
- ie zilt wal geliek hebben (=je zult wel gelijk hebben) (Drents)
- ie zult er nog tevuel van kriegn (=hou toch op) (Staphorsts)
- Ie zult hum een cent geven (=Hij is niet al te snugger) (Drents)
- je got anden ols briegn (=je zult het kapot maken) (west-vlaams)
- Kiek mar (=Dat zult u zelf moeten uitzoeken) (Flakkees)
- Môate gij zult (=Wilt u een plakje hoofdkaas) (Tilburgs)
- tzal an je flossche zyn (=je zult het zitten hebben) (Lichtervelds)
- tzal jn getje voarn (=je zult er spijt van krijgen) (Lichtervelds)
- van eine kwakkert kins se gein vaere plökke (=het is onbegonnen werk; hij heeft niks dus je zult ook niks van hem krijgen) (Heitsers)
- vertrouwe kump te voet, wantrouwe mèttët piëd (=ze zult rapper iemand wantrouwen dan vertrouwen) (Munsterbilzen - Minsters)
- weendj deut muuëles drejje, mer völtj gein zek (=je zult er iets voor moeten doen) (Weerts)
- zult lange moeten doavern om worme te krijgen (=tis hard aan het vriezen) (Brakels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen