Spreekwoorden met `zien en`

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zien en`

  1. horen zien en zwijgen (=wel waarnemen, maar er verder niets van zeggen)
  2. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  3. wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)

Eén betekenis bevat `zien en`

  1. ziende blind en horende doof zijn (=slechte dingen niet willen zien en horen)

11 dialectgezegden bevatten `zien en`

  1. 'tis moar nen bruinen (=Als de zon zich niet laat zien en het weer overtrokken en regenachtig is) (Lokers)
  2. Aste sloëpend rijk wils wiëne, moeste iës zien én sloëp te geraoke (=rijk worden is niet gemakkelijk) (Bilzers)
  3. azichter mene vinger nie kan ènstaeke, geleef ichet nie (=eerst zien en dan geloven!) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. diejut zietwittut, mar wiejut pakt eegut (=kansen zien en benutten) (Oudenbosch)
  5. eder ’t zien en de kwaoje niks (=krijgen wat je verdient) (Heitsers)
  6. Flaneren (=Lopen om te zien en gezien te worden) (Amsterdams)
  7. ooge mèt stêt hëbbe (=alles zien en in de gaten houden) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. ut geld leej op straot mar ge mottut zien le-ge (=kansen zien en benutten) (Oudenbosch)
  9. zau een vroo moet nog geboeërë wieëne (=horen, zien en zwijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. ze bijte allemaol wel as ze brood zien en das tijd genog (=je hoeft niet bang te zijn om over te schieten) (Oudenbosch)
  11. zene nauwsjierege bestoje (=alles moeten zien en horen) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen