2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wat men`
- wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
- wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
21 betekenissen bevatten `wat men`
- het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
- je zegeningen tellen (=dankbaar zijn voor wat men heeft.)
- de bezem uitsteken (=doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
- je ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
- het beste paard van stal halen (=het beste wat men heeft bovenhalen)
- iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
- uit de school klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
- de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
- met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
- je naam eer aandoen (=naar behoren uitvoeren, precies doen wat men verwacht)
- je ogen niet geloven (=niet geloven wat men ziet)
- niet aan zijn trekken komen (=niet krijgen wat men wil)
- voor de mast zitten (=niet opkunnen wat men op zijn bord heeft)
- geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
- de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
- het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
- met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
- aan zijn gerief komen (=vinden wat men nodig heeft (inz. seksuele behoeften))
- aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
- het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
- weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
15 dialectgezegden bevatten `wat men`
- a stond dur te gèiloeëgen (=watertandend kijken naar iets wat men niet krijgen kan) (Meers)
- De beêsem oetstaeke (=Doen en laten wat men wil als de baas er niet is) (Weerts)
- de werd én e deiske hübbe (=gelukkig zijn met wat men heeft) (Bilzers)
- der goan veel zegges in ne zak tegen dat aa vol ês (=men kan zeggen wat men wil) (Gents)
- droenke gezeid is nuchter gepeisd: onder invloed van drank zegt men wat men werkelijk denkt (=dronken gezegd is nuchter gepeinsd) (Klemskerks)
- e goed vèrke frit al (=eet wat men je ook voorzet) (Munsterbilzen - Minsters)
- eens gegeev'm blift gegeev'm (=wat men weggegeven heeft moet men niet terugvragen) (Westerkwartiers)
- hebb'n is hebb'n en krieg'n de kunst (=wat men bezit wil men behouden) (Westerkwartiers)
- Hèè geleeft nog dat de piepele hoei èète. (=alles geloven wat men zegt) (Genker)
- tegen den draod in gaan (=het tegenovergestelde doen van wat men van je verwacht) (Brabants)
- tzal van an nees in a moil drippen (=men oogst wat men zaait) (Aalsters)
- Van gaeve worre de koeie mager (=niet alles weggeven wat men heeft) (Barghs)
- wat het oog niet zigt, deert 't haart ok niet (=wat men niet weet, heeft men ook geen last van) (Westerkwartiers)
- zen ooge autte kop kieke (=niet goed weten wat men ziet) (Munsterbilzen - Minsters)
- zich verklappen (=per ongeluk iets zeggen wat men niet wou) (Sint-Niklaas)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen