Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vree`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. een ridder zonder vrees of blaam (=een moedig mens)
  3. een schurftig paard vreest de roskam (=iemand die aan iets schuldig is, heeft liever niet dat datgeen onderzocht wordt)
  4. Een schurftig paard vreest de roskam. (=Wie wat op z`n geweten heeft, is bang voor het onderzoek)
  5. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  6. een vreemde schaats rijden (=zich raar aanstellen)
  7. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  8. een vreemdeling in Kanaän zijn (=weinig weten over het besproken onderwerp)
  9. in den vreemde (=in het buitenland)
  10. onze Lieve Heer heeft rare/vreemde kostgangers (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)
  11. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  12. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  13. van vreemde smetten vrij (=onafhankelijk, bevrijd)
  14. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  15. wat de boer niet kent, dat vreet hij niet (=hij wenst uitsluitend gerechten te nuttigen die hij reeds kent)
  16. zich als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=zich ergens niet thuis voelen)

9 betekenissen bevatten `vree`

  1. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  2. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  3. ergens een streepje door lopen (=erg vreemd zijn/gedragen)
  4. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
  5. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  6. ze niet alle vijf hebben (=vreemd gedragen of niet goed bij het verstand zijn)
  7. een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
  8. gekroesd haar, gekroesde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
  9. gekruld haar, gekrulde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)

Het dialectenwoordenboek kent 67 spreekwoorden met `vree`

  1. Genneps: zich d'n balg volslaon (=vreetzuchtig)
  2. Zurriks: Over d'n droad weien (=vreemdgaan)
  3. Lokers: tis een oere glijk een peird (=vreemdgaande vrouw)
  4. Twents: onder 'n droad hên vrèt'n (=vreemdgaan)
  5. Brugs: un schêve schoats zettn (=vreemdgaan)
  6. Twents: oonder 'n droad hèn vretten (=vreemdgaan)
  7. Brugs: neffest de pot pissn (=vreemdgaan)
  8. Katwijks: van achter ut gaes vrete. (=vreemdgaan)
  9. Achterhoeks: Onder den draod deur vrette (=vreemdgaan)
  10. turnhouts: Haai is oep een aander een fleutje gon zettee (=Hij is vreemdgegaan)
  11. Rotterdams: Je vreetstenen schrobben (=Tanden poetsen)
  12. Westerkwartiers: da's zenuwsleup'md (=dat vreet aan je)
  13. Westerkwartiers: hij's baang veur zien eig'n hachje (=hij vreest voor zijn eigen lichaam)
  14. Sint-Niklaas: vree feel, vree fuil, vree weirm... (=heel veel, heel vuil, heel warm...)
  15. Zwevegems: 'n skieeve skoatse rien (=een scheve schaats rijden, vreemdgaan)
  16. Westerkwartiers: 't hemd is noader dan 'e rok (=familie gaat voor vreemden)
  17. Bilzers: énnen proemmevloj koeëme ook wolés kriëmelkes teraeg (=vreemdgaan blijft niet duren)
  18. Utrechts: Nou...- Ga naar het vreeburreg, daar heb ju du ruimtuh. (=Nou... (is niet wijd))
  19. Steins: Laot mich mit vreej (=Laat mij met rust !!)
  20. Drents Kanoals: die wil zien eig'n stront wel vreet'n (=iemand die heel erg zuinig is)
  21. Westerkwartiers: 't is vremd (='t is vreemd)
  22. Sint-Niklaas: nô ben ik vree koat (=nu ben ik heel kwaad)
  23. Brugs: j' eet neevest de pot gepist (=vreemd gaan)
  24. Westlands: je vreet wat de pot schaft (=je eet wat er is klaargemaakt)
  25. Zuuns: da's ne rare wazzje (=dat is een vreemde kerel)
  26. Genneps: raore tékste hèbben (=vreemde streken hebben)
  27. Westerkwartiers: da's 'n haalve goare (=dat is een vreemd persoon)
  28. Beerses: Hij hée neffe de pot gepist (=Hij is vreemd gegaan)
  29. Zeels: over zijn stringe terten (=vreemd gaan)
  30. Westfries: je benne raar in de dos (=vreemd in de kleren)
  31. Westerkwartiers: wat 'n roare kunst'nmoaker (=wat een vreemd heerschap)
  32. Lochristis: 't es mej moar ne schui'n (=Wat een vreemde man.)
  33. Mays: dès nun aorige! (=dat is een vreemd type)
  34. Westerkwartiers: 'n apaarde snoeshoan (=een vreemd iemand)
  35. tervurens: neffes de pot pisse (=vreemd gaan)
  36. Axels: aorighen draaier (=zich vreemd gedragend persoon)
  37. Sint-Niklaas: 'k zit ier vree op me gemak (=ik zit hier goed en rustig)
  38. Waregems: ik zitte der vree mee in (=ik vind het erg jammer en betreur het tenzeerste)
  39. Zeeuws: tis un vrimd wuuf (=het is een vreemde vrouw)
  40. Gents: ne zoetwoatersjienees (=een persoon van vreemde origine)
  41. Westerkwartiers: hij het roare knoop'n aan 't jak (=hij doet soms wat vreemd)
  42. West-Vlaams: vremd goan, ip een andre goan, scheve schatse rien, verandren van toespieze (=vreemd gaand)
  43. Twents: Onder,n droad hen vretn (=vreemd gaan)
  44. Mechels (BE): neuffest de pot pisse (=vreemd gaan)
  45. Munsterbilzen - Minsters: lengs et pëtsje pisse (=vreemd gaan)
  46. Graauws: naast de pot pissen (=vreemd gaan)
  47. Lokers: nevest de pot piesen (=vreemd gaan (overspel))
  48. Westerkwartiers: wat 'n roare stoethaspel (=wat een vreemd persoon)
  49. Liwwadders: de must dyn vreet houwe (=je moet je mond houden)
  50. Westfries: wat 'n portret (=Wàt een vreemde vogel)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen