Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `teen`

  1. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  2. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  3. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  4. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
  5. een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
  6. gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
  7. helse steen (=in staafjes gegoten zilvernitraat)
  8. het huishouden van Jan Steen (=een slordige boel)
  9. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  10. van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  11. zinken als een baksteen (=direct zinken (niet kunnen zwemmen))

9 betekenissen bevatten `teen`

  1. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  2. het ene oor in, het andere weer uit (=het wel horen en meteen weer vergeten)
  3. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  4. met de deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
  5. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  6. in duigen vallen (=plannen die niet doorgaan / uiteenvallen - verloren gaan)
  7. psalmen zingen (=schuren met baksteen en zand)
  8. het achterste van je tong (niet) laten zien (=zich (niet) meteen laten kennen; (n)iets verbergen)
  9. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `teen`

  1. Overmeers: 'n tientsen lueuk (=een teentje look)
  2. Overmeers: 'n hulleken teengels (=een struikje netels)
  3. Twents: teeng`n de kast pissen. (=verzet tegen de rechtelijke macht)
  4. Ostêns: oh geire meneire me tein doe zeir (=meneer mijn teen doet pijn)
  5. Bilzers: vant puntsje van men naos, tot on menendikke tein (=van top tot teen)
  6. Dordts: de onderste benne van mijn (=je staat op mijn teen)
  7. Venloos: Had ik dich maar in de heg gezeik (=Moeder teen vervelend kind)
  8. Westerkwartiers: hij was tot de tand'n toe bewoap'nd (=hij was van top tot teen bewapend)
  9. Deinzes: Ke mij hjeel ewassn' (=Ik heb me van kop tot teen gewassen, geparfumeer, etc ...)
  10. Ostêns: och hère menère, me tèèn doe zèr (=och meneer, mijn teen doet pijn)
  11. Sint-Niklaas: 't is teen en tander (=het is me wat)
  12. Vejels: Da ligt op mijnen teen (=Het ligt in de weg)
  13. Munsterbilzen - Minsters: das teen en taander ! (=dat is me nogal wat !)
  14. Nijlens: da wet meine kleine teen (=dat weet het kleinste kind)
  15. Sint-Niklaas: die zuigdalles uit zènnen groten teen (=iemand die voortdurend liegt)
  16. Sint-Niklaas: nô èd op minnen teen getrapt (=nu is het genoeg geweest)
  17. Sint-Niklaas: teen en tander (=het een en het ander)
  18. Evergems: Zijn stront zit dichte teen zijn herte. (=Hij maakt zich vlug kwaad.)
  19. Stekens: 't is daar nogal teen en tander eh. (=dat is daar nogal wat he.)
  20. turnhouts: das teen en taander (=dat is het een en het ander)
  21. Ossies: ik ha menne groete tien gestoeten aon de toffelpoet, nou is ie olling blaauw. (=Ik heb mijn teen gestoten aan de tafelpoot, nu is ie helemaal blauw. ( gaat om de klank, alleen echte Ossenaren kunnen dit goed uitspreken.))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen