Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


180 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `oud`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan. (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden.)
  2. aan de draai houden (=bezig houden)
  3. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  4. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  5. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
  6. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi.)
  7. al zo oud als de weg naar kralingen (=erg oud)
  8. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  9. als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
  10. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien. (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren.)
  11. altijd de oude knecht blijven (=geen vorderingen maken (ook geen achteruitgang))
  12. altijd het oude liedje (=steeds weer hetzelfde)
  13. bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
  14. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  15. brede schouders hebben (=veel kunnen verdragen)
  16. dat houdt me op de been. (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol.)
  17. dat is lood om oud ijzer. (=dat komt op hetzelfde neer; dat brengt geen werkelijke verbetering)
  18. dat raakt mijn koude kleren niet. (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren.)
  19. de aanhouder wint (=je wint als je maar lang genoeg blijft proberen)
  20. de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
  21. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden.)
  22. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  23. de hand boven het hoofd houden (=beschermen)
  24. de hand op de knip houden. (=zuinig zijn.)
  25. de handen thuis houden (=niet aanraken)
  26. de hond de jas voorhouden. (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben.)
  27. de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
  28. de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  29. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten.)
  30. de oude adam (=de zondige natuur (aard))
  31. de oude mens afleggen (=een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  32. de oude zuurdesem (=het oude kwaad)
  33. de ouderdom komt met gebreken. (=als je ouder wordt ga je vanalles mankeren)
  34. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  35. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  36. de vinger aan de pols houden (=in de gaten houden of alles goed gaat)
  37. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  38. een goed hart is goud waard. (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  39. een goede daad is goud waard. (=iemand helpen is goed.)
  40. een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
  41. een gouden hart hebben. (=heel aardig/lief zijn.)
  42. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  43. een huis met gouden balken (=een huis met hypotheek bezwaard)
  44. een huishouden van Jan Steen. (=een rommelig huishouden hebben)
  45. een laag profiel houden (=zich niet laten opmerken)
  46. een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
  47. een oog in het zeil houden (=in de gaten houden)
  48. een oogje in het zeil houden (=iets in de gaten houden)
  49. een oud beestje van stal halen (=met iets dat al oud is, opnieuw voor de dag komen)
  50. een oud paard van stal halen. (=wat men vroeger al eens heeft laten horen nog eens ten beste geven.)

186 betekenissen bevatten `oud`

  1. Abraham gezien hebben. (=50 jaar of ouder zijn.)
  2. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  3. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  4. op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
  5. op tui houden (=aan het lijntje houden)
  6. de barricades opgaan. (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden.)
  7. nog van voor de zondvloed (=al heel oud)
  8. uit de oude doos (=al oud, nostalgisch)
  9. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan. (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden.)
  10. ogen van achteren en van voren hebben (=alles in de gaten kunnen houden)
  11. geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom)
  12. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost.)
  13. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  14. een man een man, een woord een woord. (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden.)
  15. de ouderdom komt met gebreken. (=als je ouder wordt ga je vanalles mankeren)
  16. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
  17. aan de draai houden (=bezig houden)
  18. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  19. bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  20. in het oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  21. je kop erbij houden. (=blijven opletten, aandacht vasthouden.)
  22. voeling houden met (=contact houden met)
  23. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  24. dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bed-show. (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt.)
  25. dat houdt me op de been. (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol.)
  26. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  27. het hinkende paard komt achteraan (=de grootste problemen houdt men voor het laatst)
  28. zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
  29. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  30. de teugels in handen hebben/houden (=de leiding hebben/houden)
  31. tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  32. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken. (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen.)
  33. het genadebrood eten (=door anderen onderhouden worden)
  34. de gestage drup holt de steen (uit). (=door het vol te houden wordt uitwindelijk wel het doel bereikt)
  35. door het lint gaan. (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden.)
  36. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  37. een gedwongen eed is god leed (=een afgedwongen belofte wordt niet gehouden)
  38. de kat uit de boom kijken. (=een afwachtende houding aannemen)
  39. een verborgen agenda hebben. (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband.)
  40. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  41. een fluitje van een cent. (=een eenvoudige taak.)
  42. zacht gekookt eitje (=een eenvoudige zaak)
  43. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  44. een tang van een wijf. / Een oude tang. (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw.)
  45. een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
  46. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  47. op oud ijs vriest het licht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  48. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje. (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje.)
  49. een mop met een baard (=een oude mop)
  50. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)

Het dialectenwoordenboek kent 1041 spreekwoorden met `oud`

  1. Giethoorns: oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  2. Haags: oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  3. Aalsters: oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  4. Oudenbosch: bij Mie van de Veraande (int Touwlaant) 1945 (=bij het Kruis (in het oudland))
  5. Munsterbilzen - Minsters: èn de fleur van zenen aae daog (=een jong oudje)
  6. Flakkees: die komt van achter t duunhek (=een simpele ziel uit ouddorp)
  7. Westerkwartiers: gien olle schoen'n votsmiet'n veur je nije'n hemm'n (=niets ouds wegdoen voor je iets nieuws hebt)
  8. Gouda: Tobbe tobbe mettet bootje naar Ouwewater (=Tobben met het bootje naar oudewater)
  9. Sint-Katelijne-Waver: Nievejaarke zoete ons vérke ei vier voeten en ne sjeit is da giêne nievejaar weit (=oudjaar liedje)
  10. Sallands: Doe mar kalm an, wi-j hebt tegelieke oldejoarsdag (=Doe maar rustig aan, we hebben gelijktijdig oudejaarsdag)
  11. Zeeuws: tvaalt erin as een preek in un ouderlienk (=vallen)
  12. Munsterbilzen - Minsters: ver zin allang autte kleen manne (=we komen stilaan op ouderdom)
  13. Bilzers: Nen aaën aop géén moule leire trèkke (=de oudjes weten het wel beter)
  14. Zeeuws: tis un jurk uut tjer nul (=ouderwets)
  15. Giethoorns: De benen bi-j een aander onder de taofel steken (=Uit het ouderlijk huis vertrekken)
  16. Tilburgs: un aawerwèts haandketaaw (=een ouderwets handweefgetouw)
  17. Oudenhoofs: Tcheneworre (=God zegene en beware u)
  18. Oudenhoofs: g'eet er koek'n op (=doe uw best)
  19. Oudenbosch: en nouw oudoe eige koest (=en nu moet je verder rustig blijven)
  20. Geels: nen aawen toeker (=een oudere man)
  21. Bilzers: joeg laaj zin laajer as aa laaj, én da gaefechtech oppen laaj (=jong volkje is luier dan de oudjes en dat geef ik je op papier)
  22. Munsterbilzen - Minsters: aachtein joeër énne bos hoeër ! (=op deze ouderdom moet hij nog veel leren)
  23. Sint-Katelijne-Waver: Gelèk as daa zoengen zo zingen de joenge (=Zoals de ouderen zongen zo zingen de jongen)
  24. Munsterbilzen - Minsters: waaj de aa vrigger joengelde, zo poeppe de joeng nau (=zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen)
  25. Westerkwartiers: dat ding stamt uut de oertied (=dat is een ouderwets ding)
  26. Westerkwartiers: hij het nog met Noach onner de honnekaar loop'n (=hij is erg ouderwets)
  27. Oudenaards: ne snuk krijgen (=geëlektrocuteerd worden)
  28. kortemarks: oe oedre oe vroedre (=hoe ouder, hoe vuriger)
  29. Zaans: oud, oud, de duvel is oud - en ze moer nag ouwer (=Over oud worden)
  30. Oudorps: zo dom als unne zâk stront (=zo dom als het achtereind van een varken)
  31. Oudenbosch: Ouwenbosch dialect (=oudenbosch dialect)
  32. Munsterbilzen - Minsters: er hèt nog mètte hondskaar gerieje (='t is al zo een ouderwets type)
  33. Munsterbilzen - Minsters: tverstand kümp mètte joeëre (=hoe ouder hoe wijzer)
  34. Munsterbilzen - Minsters: abraham (sara) gezien hübbe (=ouder dan 50 zijn)
  35. Ouddorps: vaoien waobes (=sufferd)
  36. Ninoofs: oubakken breud (=oud brood)
  37. Oudenaards: buzze geevn (=snel rijden)
  38. Schijndels: bitter'n auw perd kapot als un jong overstuur (=de oudere generatie doet het wel)
  39. Oudenbosch: Sienterklaos en zwaove (=geloofsleven te oudenbosch)
  40. Hulsters (NL): Al op un ouwejaorsavend, toen sloogh dun bakker zun waif, al mee un ete knuppel de velle van eur laif, ut waif dat wou nie soreke, de knuppel, die wouw nie breken, de knuppen, die brek ut waif, da sprak, o, wa rara dingen zain dat. wa zullewe dun bak (=liedje met oudjaar)
  41. Steins: op eine auwe fits mòste 't liërre (=Van de ouderen moet men het leren)
  42. betuws: Die hed ut mos op de kop (=Een ouder persoon / bejaarde)
  43. Westerkwartiers: 't verstaand komt met de joar'n (=hoe ouder, hoe wijzer)
  44. Bilzers: tverstand kump nie vër de joëre (=hoe ouder hoe wijzer)
  45. Wetters: ij vernuilt mee te vernaan (=hij wordt dommer met ouder worden)
  46. Oudenbosch: ouwe paole kundut best mar laote staon (=oude dingen moet je niet willen veranderen)
  47. Riemsts: sjokoantkoat (=oude vrouw (scheldnaam))
  48. Oudenaards: in den truk zittn (=in de tocht zitten)
  49. Teralfene: NENEUNUIN (=EEN oudE HAAN)
  50. Antwerps: nagelenbak, au wrak (=oude auto)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen