Spreekwoorden met `op mijn`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op mijn`

  1. geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
  2. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)

Eén betekenis bevat `op mijn`

  1. kom ik er vandaag niet dan kom ik er morgen (=ik doe het wel op mijn gemak)

50 dialectgezegden bevatten `op mijn`

  1. Ich wirk op mien eige tempo niks mieë! (=Ik werk op mijn eigen tempo niets meer!) (Kinroois)
  2. 'k kreeg er de rittepetite van (=ik kreeg het op mijn heupen) (Gents)
  3. 'kèn een klad veirf op min broek gespeet (=ik heb verf op mijn broek gekregen) (Sint-Niklaas)
  4. 't wirkt op mijn kluute (=het op de zenuwen krijgen) (Gents)
  5. 't wirkt op mijn tiene (=het werkt op mijn zenuwen) (Gents)
  6. d'r lijt 'n vlei op mien melk (=er ligt een vel op mijn melk) (Westerkwartiers)
  7. da d' angt maan voote n' oet (=het werkt op mijn zenuwen) (Brussels)
  8. daa kraag ik na es de weubes van sè (=daar krijg ik het van op mijn heupen) (Londerzeels)
  9. dao stesselt eun erretits oep moinen drig (=er kruipt een hagedis op mijn rug) (Buggenhouts)
  10. de bès zjus ne waandelende joed (=loop toch niet zo op en af, je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. De betrougn vlogn over't stopberd en vieln op mijnen kop (=De bieten vlogen over het schot en vielen op mijn hoofd) (Bambrugs)
  12. De onderste benne van mijn (=jJe staat op mijn tenen) (Dordts)
  13. de wërks mich op më wattër (=je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. de wuibbes kraage (=op mijn heupen krijgen) (tervurens)
  15. Der ligt ne taet op meun tjele (=Er ligt een aardappel op mijn bord) (Maldegems)
  16. Doar krieg ik hut vliejgend schiejt van (=Daar krijg ik het van op mijn heupen) (Overpelts)
  17. Doe deis mich d'n doead aan (=Jij werkt enorm op mijn zenuwen) (Steins)
  18. doë kraajg ich de stijpkes van (=daar krijg ik het op mijn heupen van) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. doë kraajg ich de ziëmele van! (=de tandartsdat werkt op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. doë kraajg ich ët van (=dat werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. doë kraajg ich te krélkëszeek van (=daat krijg ik het op mijn heupen van) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. doë kraajgech érm zin van (=daar krijg ik het van op mijn heupen) (Bilzers)
  23. doë kraajste de ziëmele van (=dat werkt op mijn zenuwen) (Bilzers)
  24. doeë kraajg ich de vliegende sjijt van (=dat werkt me danig op mijn heupen) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. doeë zoo ich nau de kaaë zeek van krijge (=daar zou ik het van op mijn heupen krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. dovan kraag ik de bla keuhtses (=daarvan krijg ik het op mijn heupen) (Dilbeeks)
  27. êdde krêike (=zin in wat op mijn bord ligt?) (Zottegems)
  28. engelken: Pessies en engelken dad op mijn tong pist (=Wat een lekker drankje) (Lebbeeks)
  29. Gien lid an me laif. (=Geen haar op mijn hoofd.) (zaans)
  30. Gij hangt vierkant men klowete uit ze moat (=Je werkt op mijn zenuwen) (Geels)
  31. Het jokt mij zo op mien rugge (=Het jeukt mij zo op mijn rug) (Hoogeveens)
  32. Het werkt oep maan sèskes (=Ik word het beu / het werkt op mijn zenuwen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  33. ich hang vol moos (=ik heb modder op mijn klederen) (Heusdens)
  34. ich hëb de kaaê sjoejer op mën praaj (=ik krijg koude rillingen op mijn lijf) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. ich kraajg ter de ziëmele van (=dat werkt op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. ich stoeën nog te daovërë op mën been (=ik sta nog te beven op mijn benen) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. Ik ha een puuste op m'n rik (=ik heb een puist op mijn rug) (Flakkees)
  38. Ik kraaig de weubbe van eum (=Hij werkt op mijn zenuwen) (turnhouts)
  39. Ik wèt er èurèzèg van (=Ik krijg het op mijn heupen) (Bierbeeks)
  40. ik zet heur noar mien haand (=ik leer haar op mijn manier te werken) (Westerkwartiers)
  41. Je kunt het/dat (wel) op je buik schrijven/ Ik kan het /dat wel op mijn buik schrijven / (=Je kunt het vergeten / vergeet het maar / ergens naast grijpen. (bijv als je iets wilt kopen en dat net voor je neus weg is ) / pech hebben) (Utrechts)
  42. jit uut mn andn (=hij leeft op mijn kosten) (Kortemarks)
  43. jit uut myn andn (=hij leeft op mijn kosten) (Lichtervelds)
  44. k'rij doar de sesses van (=ik krijg het op mijn heupen) (Kaprijks)
  45. kben up mne weeroen (=ik hen op mijn hoede) (Kortemarks)
  46. kèn e stientsjen op min steir gekregen (=ik heb een steentje op mijn hoofd gekregen) (Sint-Niklaas)
  47. Kom maor bi'j mi'j op de karsemarse (=Kom maar op mijn rug) (Steenwijks)
  48. kraaig er de weubbe van (=het werkt op mijn zenuwen) (Turnhouts)
  49. kriege der de koede kurs van (=het werkt op mijn zenuwen) (Kortemarks)
  50. Kunde gij ekkes op menne keinder lette? (=Kunt u even op mijn kinderen letten?) (brabants)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen