Spreekwoorden met `is al`

Zoek

24 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `is al`

  1. allemans raad is allemans zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
  2. allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
  3. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  4. dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
  5. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  6. de boer eet vis als het spek op is (=je moet tevreden zijn met wat je hebt)
  7. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  8. een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
  9. een mens is alleen onmisbaar bij zijn begrafenis (=niemand is onmisbaar.)
  10. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  11. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  12. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  13. garnaal/spiering is ook vis als er anders niet is. (=wees tevreden met wat je kunt krijgen)
  14. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  15. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  16. het is als met de koeien van de Farao. (=er is geen goed aan te doen (De koeien van de Farao bleven mager))
  17. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  18. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  19. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  20. het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
  21. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  22. niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  23. wijd van huis is altijd rijk. (=iemand die van ver komt, kan makkelijk liegen.)
  24. zo fris als een hoentje (=heel fris, nog erg jong)

22 betekenissen bevatten `is al`

  1. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  2. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  3. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
  4. de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevlucht))
  5. een Frans compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
  6. vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  7. ieder huisje heeft een deurtje. (=er is altijd een manier om iets te bereiken)
  8. zolang er leven is, is er hoop (=er is altijd hoop, dus geef nooit op!)
  9. een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
  10. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  11. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  12. een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
  13. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  14. geen dag zonder zorgen (=er is altijd wel iets om je zorgen over te maken.)
  15. alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  16. het is dief en diefjesmaat (=het is allemaal even erg)
  17. het is één pot nat (=het is allemaal hetzelfde)
  18. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  19. het vet is van de ketel. (=het meeste voordeel is al verdwenen.)
  20. het op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
  21. dat zal je de dood niet aandoen (=iets is niet zo erg is als het lijkt)
  22. geen geld, geen Zwitsers (=zonder geld krijg je hulp noch koopwaar of er is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen)

50 dialectgezegden bevatten `is al`

  1. `'t is al waal` zag Mien en ze haaj mer eine kiêr gedansj (=zich ergens vlug vanaf maken) (Weerts)
  2. 'T book is al òmgedraage. (=Je bent te laat, alles is op.) (Roermonds)
  3. 't is alweer 'n heule Piet (=hij is al weer een heel stuk opgeknapt) (Westerkwartiers)
  4. 't zad aw nekieër schieëdn zekers (='t is al genoeg geweest) (Kaprijks)
  5. D'as van zjuèzekes taait (=Dat is al heel oud) (Londerzeels)
  6. da's nog uut de tied dat dier'n proat'n kond'n (=dat is al wel heel oud!!) (Westerkwartiers)
  7. daddis alwir un eul manneke geworre (=ook de jongste zoon is al weer groot aan het worden) (Oudenbosch)
  8. dae ès al alzelaeve e bleuke enne bènnevètter (=die is al zijn hele leven verlegen en introvert) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. dae ès al autte koje (=die is al uit zijn pubertijd) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. dae és al e tijdsje bij Zjeezeke énde kos (=hij is al een tijdje dood) (Bilzers)
  11. dae ès al e tijdsje iëver zen toere (=hij is al lang overspannen) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. dae ès on zene noveen beizëg (=hij is al dagen aan één stuk aan 't zuipen) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. das èn de posj (=dat is in orde, dat is al weer verdiend-op zak-) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. dat pieëd hèt zëne poeëse al lang gehaage (=dat paard is al ouder dan 12 jaar (en dus versleten°) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. de ermoei lüp aoën diërë en vinsters aut (=het is al ellende wat je daar ziet) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. de mijne hink allang aon de kapstok (=die vogeltijd is al lang voorbij) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. dei oft al joëre oaan (=die is al jaren ontrouw) (Hoegaardens)
  18. die beeëste is ol esproeng'n ewist (=dat dier is al bezaaid / gedekt geweest) (Veurns)
  19. Die ef de gorte gaer (=Die is al oud) (Giethoorns)
  20. Die ef de gorte wel gaer (=Die is al oud) (Giethoorns)
  21. Die ef de meeste eerpels wel al op (=Die is al oud) (Giethoorns)
  22. Die is al een eind oud (=Die is al behoorlijk oud) (Lunters)
  23. die is al mee naor dun bee-r gewiest (=die weet van de hoed en de rand) (Oudenbosch)
  24. die is vast gebiecht (=die is al over de zaak ingelicht) (helmonds)
  25. die ligd'al launk over d'ou brigge (=die is al lang overleden) (Lokers)
  26. die plòts is al verzeed. (=die plaats is al bezet.) (Tilburgs)
  27. diejis allang uit de tijd (=die is al lang dood) (Oudenbosch)
  28. è is skippes (=hij is al weg) (Denderleeuws)
  29. e leit al twieë daugen te bokken (=hij is al twee dagen nors) (Meers)
  30. ei is al nor zènne nest (=hij is al naar bed (gemeenzaam) ) (Sint-Niklaas)
  31. er hèt nog mètte hondskaar gerieje (='t is al zo een ouderwets type) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. ët sjaum steet ëm al op telippe (=hij is al erg kwaad...de schuim staat al op zijn lippen) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. get al honderd (=het is al goed) (Zandhovens)
  34. hee hef ' n bestn skoer op / hee is al aardig dikke / hee hef de koar vol (=hij is erg dronken) (Twents)
  35. hij is al de riêp aaf (=hij is al weg) (Overpelts)
  36. hij is em al gepeerd (=Hij is al weg) (Westlands)
  37. ij ljigt’er iuëk aw laaë ondre (=hij is al lang geleden gestorven) (Kaprijks)
  38. ij rêjd aw mee tram zeevne (=hij is al in de zeventig) (Kaprijks)
  39. is al op z'n geboorte gewicht (=Al een tijdje dood zijn) (Rotterdams)
  40. is al op ze ouwe gewicht (=is al een tijdje dood) (Rotterdams)
  41. min koak is al ont 't ontzinken (=mijn kaak zwelt al minder) (Sint-Niklaas)
  42. t-is ööt licht (=het is al volop dag) (Tilburgs)
  43. tès al zau e miseraobel kleen kraupkietsje (='t is al zo'n miserabel klein huisje) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. tès allenga goe (=het is al goed) (Brakels)
  45. Tes uure van poliese (=Het is al late avond en tijd om naar huis of bed te gaan) (Zottegems)
  46. tis vant zotte (=het is al te gek) (Kortemarks)
  47. van zijn brouwk kunde soebe kookn (=zijn broek is al lang niet meer gewassen) (Waregems)
  48. vërdaste zën K...t gedréd hëbs èssët lëgaer èn haus (=het is al ruzie in huis voor je het huis verlaten hebt) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. zij is al ien dreumlaand (=zij slaapt al) (Westerkwartiers)
  50. zis al ne eule tijd op scheut (=zij is al een hele tijd zwanger) (Oudenbosch)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen