Spreekwoorden met `het al`

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het al`

  1. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  2. het al te bruin bakken (=het te erg maken)

11 betekenissen bevatten `het al`

  1. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  2. heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  3. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  4. in andermans weide lopen de vetste koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
  5. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  6. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  7. twee handen op één buik zijn (=het altijd met elkaar eens zijn)
  8. twee hoofden onder een kaproen zijn (=het altijd met elkaar eens zijn)
  9. nee heb je, ja kun je krijgen (=je kunt het altijd proberen)
  10. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
  11. beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)

50 dialectgezegden bevatten `het al`

  1. attër het èn zën krolle hèt (=als hij het al in zijn gedachten heeft) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. d'n duûvel schitj altieëd op de groeëtste houp (=iemand die het al goed gaat, wordt er meestal nog beter van) (Weerts)
  3. Da h'et gèt had ètj (=Je hebt het al gekregen) (Bambrugs)
  4. dae hét al ferm koste op zen hat (=die heeft al eelt op zijn hart) (Bilzers)
  5. Dat kun je pakken (=Dat is het al bijna) (Volendams)
  6. de duvel sjietj altied op dezelfdje houp (=dat komt op de verkeerde plek terecht; mensen die het al goed hebben krijgen alleen nog maar meer) (Heitsers)
  7. de gezet steed er boemvol van (=ik heb het al van overal gehoord) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. de iëste zon hèt al meinig sjaun kènd vernield (=opgelet met de stralen van de eerste zon) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. de maus twei kër roje (=je kan het al raden) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. doet dich nog mér ën sjöp drek terbij (=maak het nog maar wat erger dan het al is) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. edduttem al gevroge (=heb je hem het al gevraagd) (Oudenbosch)
  12. eegut al geluit (=is het al tijd om naar de kerk te gaan) (Oudenbosch)
  13. eita hoor'n (=heb je het al gehoord) (Zaamslags)
  14. ej t al oort? (=heb je het al gehoord?!) (Volendams)
  15. ejjet al oort? (=Heb je het al gehoord?) (Volendams)
  16. èn de wènter èssët al balkdoenkel atte sjoël aut ès (=in de winter is het al pikkedonker als de school uit is) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. es 't al ien (=is het al 1 uur (ook 13 uur) ?) (Gents)
  18. eten dat al zén uëren uitkomt (=eten dat het al zijn oren uitkomt heel veel eten) (Meers)
  19. ew je et al oord (met nadruk) anders: eye et al oord (=heb jij / je het al gehoord) (Urkers)
  20. Ge muigt twie kiere groan... (=Je kan het al raden...) (Dilbeeks)
  21. hae hèt al viël watterkes dërzwoeme, behaave wijwatter (=hij heeft al van alles aangevangen, behalve goede dingen) (Bilzers)
  22. hae hèt al ze kraut versjoeëte (=de jager ziet er geen schot meer in te krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. He jie et al ehoord Hie is zo dood eblevuh (=Heb je het al gehoord Hij is zo dood gebleven.) (Spakenburgs)
  24. he'j 't al eheurd (=heb je het al gehoord) (Achterhoeks)
  25. hedde gij dè al geheurd? (=heb je het al gehoord?) (Brakels (gld))
  26. Hedde gij ut al geheurd (=Heb jij het al gehoord) (Geldrops)
  27. Hedde t al geheurd? (=Heb je het al gehoord?) (Siebengewalds)
  28. Hedde ut al geheurd (=Heb jij het al gehoord) (Werkendams)
  29. Heddet al geheurd? (=Heb je het al gehoord?) (Geldermalsens)
  30. Heij 't heurt? (=Heb je het al gehoord?) (Klazienaveens)
  31. Hej `t al eheurd of Hej `t al heurd (=Heb je het al gehoord) (Hoogeveens)
  32. Heje t geheur (=Heb je het al gehoord) (Renkums)
  33. Hejet al ehoord dan (=Heb je het al gehoord dan?) (Bollenstreeks)
  34. hest ut al hoort? (=heb je het al gehoord?) (Leewarders)
  35. Hest ut al sien (=Heb je het al gezien) (Snekers)
  36. hie heit ut al an mien verzeit (=hij heeft het al aan mij beloofd) (Flakkees)
  37. hij moakt het al te bont (=hij maakt het wel heel erg bont) (Westerkwartiers)
  38. ich heirde et al on zenen ojem (=ik had het al rap door!) (Munsterbilzen - Minsters)
  39. ich viel het al aon mêne pis (=ik weet al wat er staat te gebeuren) (Munsterbilzen - Minsters)
  40. Ich zaog miene geis al kroepe (=Ik zag het al helemaal voor me) (Steins)
  41. Ik eint al (=Ik heb het al) (Bevers)
  42. je maak ût van aaiere (=je maakt het al te bont) (Rotterdams)
  43. krie-et of hei-et (=krijg je het, of heb je het al) (Klazienaveens)
  44. krie't of hei't (=krijg je het of heb je het al (ben je gek) ) (Klazienaveens)
  45. Lamar, 'k epput al. (=Laat maar, ik heb het al) (Bergs)
  46. lao mao 'k het al, zudder hent oek al (=laat maar, ik heb het al en zij hebben het ook al) (Zeeuws)
  47. Lè ma k'èt a langk a (=Laat maar, ik heb het al) (Zeeuws)
  48. lè ma ket alangka (=laat maar doen ik heb het al lang) (Zeeuws)
  49. li mae, 'k ae 't a (=laat maar, ik heb het al) (Zeeuws)
  50. nie dinke en viël kalle, hét al heilget vrindsjap doen valle (=denk alvorens te praten) (Bilzers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen