5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gist`
- alle registers opentrekken (=z`n uiterste best doen)
- had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
- jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
- niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben)
- niet van vandaag of gisteren (=niet dom)
Eén betekenis bevat `gist`
- heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
3 dialectgezegden bevatten `gist`
- dae kiektj of d’r haver mót pikke oet ein spakan (=hij heeft een bleek, mager gezicht (spakan = kan met enge hals om gist te bakken, daar krijg je niet gemakkelijk wat uit gehaald)) (Heitsers)
- Die gist niet wieder dan da-j em euren (=Veel geschreeuw en weinig wol-Weet niet veel) (Giethoorns)
- klak: Ei slaugt er mé zijn klak nau (=Hij gist maar) (Lebbeeks)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen