Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gekke`

  1. de gekken krijgen de kaart. (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  2. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  3. gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen (=dwazen doen gekke dingen)
  4. het is van de gekke (=het zou niet mogen)
  5. op de eerste april zendt men de gekken waar men wil (=op 1 april worden grappen uitgehaald)
  6. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)

5 betekenissen bevatten `gekke`

  1. gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen (=dwazen doen gekke dingen)
  2. oud mal gaat bovenal (=hoe ouder hoe gekker)
  3. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  4. niet goed bij zijn hoofd zijn. (=niet goed wijs zijn, gekke dingen doen.)
  5. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)

Het dialectenwoordenboek kent 30 spreekwoorden met `gekke`

  1. Bilzers: As n aa sjier én brand slig, ester gee blësse mei on (=Hoe ouder hoe gekker !)
  2. Veldens: Wuilese (=Veldenaren met gekke Moandaag)
  3. Lichtervelds: zis in eur toern (=ze heeft een gekke bui)
  4. Horster: din tikt nì richtig (=iemand die gekke dingen doet)
  5. Westerkwartiers: wa's dat 'n haalfwieze kirrel (=wat een gekke man is dat)
  6. Twents: noe mot 't nich anhaal'n (=het moet niet gekker worden)
  7. Sint-Niklaas: ze zit in de Poapenakkers (=zij verblijft in het gekkenhuis)
  8. Haarlems: Ik heb geen rooie plakker (moet niet gekker worden) (=Ik heb geen rooie cent)
  9. Genneps: Gén gekke sprung kunne maken (=Geen bokkesprongen kunnen veroorloven)
  10. Tegels: as dae wys is zien alle gekke wys (=volkomen geschift!)
  11. Sint-Niklaas: è zit in de Niesstroat (bè de Broeders) (=hij verblijft in het gekkenhuis)
  12. Kerkdriels: ut is ok gekkewerk ok wor (=daar is geen beginnen aan!)
  13. brabants: un zotte spol (=een gekke meid)
  14. Munsterbilzen - Minsters: én Minster lik ook e graut gestich, e gekkehaus nieme ze dat nog per abuis, mér de echte gekken loope nog vraaj rond ént dürp (=Het St Jozefsinstituut herbergt heel wat mensen die geestelijke verzorging nodig hebben, vroeger gekken genoemd, maar die lopen er genoeg los in het dorp zelf)
  15. Eekloos: iene van over deizers (=ene uit het gekkenhuis)
  16. Bilzers: viël beloeëve en weineg gaeve, deed de gekke én vriëgde laeve (=als je iets belooft, moet je dat ook doen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: vieël beloeëve en weineg gaeve, deete gekke èn vrieëgde laeve (=altijd maar beloven en niets komt ervan in huis)
  18. Waalwijks: ''..hoe aawer hoe gekker war'' (=Jolig bejaard)
  19. Mills: Ik ben gekke henkie niet (=Ik ben niet gek)
  20. Weerts: lônke as unne gekke kernêl (=verleidelijk rondkijken)
  21. Bilzers: de bés nie alleen op zene kop gevalle, mér ook nog blijve toekke (=je bent nog gekker dan gek)
  22. Hulsters (NL): totentrekken - meuten trekken (=gekke gezichten maken)
  23. Munsterbilzen - Minsters: astich normaol bès,zin alle gekke normaol (=je ben tvolkomen geschift)
  24. volendams: je doene inkelt malle proat verkope (=je kan alleen maar gekke dingen zeggen)
  25. Gelaens (Geleens): zeen dat veur sjtóm teuën (=Wat zijn dat voor gekke streken)
  26. Volendams: ur is niks gekker as un mins (=Er is niets zo gek als een mens.)
  27. Weerts: op ein aprîl zetj m'n alle gekke oppen drîl (=weerspreuk)
  28. Amsterdams: Ik ben gekke Gerrit niet (=Ik ben helemaal niet achterlijk)
  29. Munsterbilzen - Minsters: viël beloëve eb weineg gaeve, deed de gekke èn vriëgde laeve (=belofte maakt schuld)
  30. Oudenbosch: gekke en dwaoze schrijve d r naome op deure en glaoze (=zottenhanden beschrijven alle wanden)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen