Spreekwoorden met `er voor`

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `er voor`

  1. de muizen sterven er voor de kast (=het is er armoe troef)
  2. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  3. er voor geknipt zijn (=er zeer geschikt voor zijn)
  4. er voor in de wieg gelegd zijn (=er zeer geschikt voor zijn)
  5. er voor opdraaien (=het werk van een ander doen)
  6. er voor piet snot bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  7. er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  8. er voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  9. ieder voor zich en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
  10. met het water voor de dokter komen (=zeggen wat je bedoelt)
  11. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=werd gezegd als je te veel zuivel at terwijl het schaars was)

25 betekenissen bevatten `er voor`

  1. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  2. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  3. pap in de benen hebben (=de benen willen niet meer vooruit)
  4. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  5. met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
  6. het haasje zijn (=diegene zijn die er voor opdraait, het slachtoffer)
  7. iets op een procrustesbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)
  8. er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  9. feestelijk danken (=er voor danken maar het zeker niet aannemen)
  10. er zijn hoed voor afnemen (=er voor in bewondering staan)
  11. er voor piet snot bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  12. er voor spek en bonen bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  13. er een punt achter zetten (=er voorgoed mee stoppen)
  14. er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  15. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
  16. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  17. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  18. iets in de schoot geworpen krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
  19. een kat komt altijd op z`n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
  20. een kaars voor de duivel branden (=slechte daden goedpraten omdat er je er voordeel uit kan halen)
  21. als de bruid verpatst is wordt zij gewild. (=wat niet meer beschikbaar is lijkt aantrekkelijker voor anderen)
  22. iemand mores leren (=wraak op iemand nemen en/of flink zeggen hoe het er voor staat)
  23. voor het lapje gaan (=zeer voorspoedig gaan zonder problemen)
  24. op eieren lopen (=zeer voorzichtig handelen)
  25. voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)

19 dialectgezegden bevatten `er voor`

  1. 't spek an je beeën hen (=er voor opdraaien) (Veurns)
  2. bëkiek ët tich mér (=ik hou er voor bekeken, los jij het maar op) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. dae zie gaat verbörtj, mót oppe blaore zitte (=wie iets doms doet moet er voor boeten) (Weerts)
  4. dae ziet mér de hëlf vannët sjaun waer (=die maakt maar weinig mee wat er voor zijn ogen gebeurt) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. de stondster sjaun bij vür sjüppegek (=hij stond er voor gek bij) (Bilzers)
  6. det waertj geregeldj mèt toe bujele (=iets doen voor elkaar zonder dat er voor betaald wordt; met gesloten beurs) (Heitsers)
  7. diff'ndeerd oi, leg t'r oi leen an (=ga er voor) (Waregems)
  8. dorveur (=er voor (het vorige) ) (Sint-Niklaas)
  9. Ei'j vret de töppies van de gärven (=hij pikt het beste er voor hemzelf uit) (Kampers)
  10. en goan met dien pèrdekop (=voluit er voor gaan) (Neerpelts)
  11. er vor kee-s en brood bij zitte (=er voor spek en bonen bij zitten) (Oudenbosch)
  12. hae zitj d'r as eine vöraevevöl beej (=hij zit er voor Piet Snot bij) (Weerts)
  13. in 't gat estoken zien (=er voor opdraaien) (Veurns)
  14. in dunne piepzak zitte (=niet goed er voor zitten) (Mestreechs)
  15. je zal meugn de bolln kièèrn (=hij zal er voor mogen opdraaien) (Kortemarks)
  16. jeet dao ze bekomste gèt (=hij werd er voor gestraft) (Kortemarks)
  17. tër vër sjëppegek bijstoeën (=er voor clown bij staan) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. tés vür dich ne bult ne versjiete (=je zou er voor schrikken) (Bilzers)
  19. vër sjëppe dam stoeën (=er voor clown bij staan) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen