Spreekwoorden met `de tand`

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de tand`

  1. de tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  2. de tanden laten zien (=zich heel erg fel verdedigen)
  3. de tanden op elkaar zetten (=zichzelf dwingen om stil te zijn of door te zetten.)
  4. haar op de tanden hebben (=van zich af kunnen bijten)
  5. iemand aan de tand voelen (=op strenge manier ondervragen)
  6. liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
  7. met het mes tussen de tanden (=wanneer alles op het spel staat)
  8. rap met de tanden, is rap met de handen. (=wie snel kan eten, kan snel werken.)
  9. tot de tanden bewapend (=zwaar bewapend)
  10. tot de tanden gewapend (=tot het uiterste bewapend)
  11. van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)

3 dialectgezegden bevatten `de tand`

  1. Dan zwère meej de tánd nie mer. (=Dat zal ik wel niet meer meemaken.) (Wells)
  2. een bazig iemand (=haor op de tand hebbe) (Dunges)
  3. niks over de tând kriêge (=niks te eten hebben) (Weerts)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen