Spreekwoorden met `dat zijn`

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dat zijn`

  1. dat zijn aambeien met slagroom (=dat heeft niets met elkaar te maken)
  2. dat zijn de Alfa en de Omega. (=dat is het begin en het einde.)
  3. dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
  4. dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
  5. eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  6. het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is trots op zijn kinderen)
  7. ieder meent dat zijn eigen pak het zwaarst is. (=mensen overdrijven hun eigen moeilijkheden in vergelijking met die van anderen)

Eén betekenis bevat `dat zijn`

  1. dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)

36 dialectgezegden bevatten `dat zijn`

  1. 't Stikt 'r de moord van. (=dat zijn er best veel.) (Baronies)
  2. Dá bin mae zéhhende woorden (zuid-Beveland) (=dat zijn maar geruchten) (Zeeuws)
  3. Da gaddau ni aan! (=dat zijn je zaken niet!) (Mechels (BE))
  4. da zé fantelatieren (=dat zijn bijkomstigheden, onbelangrijke dingen) (Sint-Niklaas)
  5. da zèn a zouken nie (=dat zijn je zaken niet) (Meers)
  6. da zen kosten oept staarfhois (=dat zijn nutteloze uitgaven) (Antwerps)
  7. da zen krabbers (=dat zijn mislukkelingen) (Herentals)
  8. Da zen truuke van liepe charel (=dat zijn uitvluchten) (Mechels (BE))
  9. daaj konste opte vingers van één hand tülle (=dat zijn er niet veel) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. das aa nest (=dat zijn oude spullen) (Sint-Niklaas)
  11. dat benn'n duvelskunst'n (=dat zijn toverkunsten) (Westerkwartiers)
  12. dat benn'n indioaneverhoal'n (=dat zijn fantasieverhalen) (Westerkwartiers)
  13. dat benn' n beeld' n uut mien kienerjoar' n (=dat zijn foto's uit mijn kindertijd) (Westerkwartiers)
  14. dat ès ën heil kèt jing (=dat zijn veel kindjes) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. dat hangt as lös zaand an mekoar (=dat zijn allemaal eenlingen) (Westerkwartiers)
  16. dat zien ollemaale koenten (=dat zijn allemaal fabeltjes) (Veurns)
  17. dat zien sleeg (=dat zijn klappen) (Mestreechs)
  18. dat zijn nog-àl lappen (=dat is toch wel erg) (Sinnekloases en niekaarks)
  19. dat zin mich toch vaegers (=dat zijn me toch kwajongens) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. Daur edde gaa gieën affeire mee (=dat zijn uw zaken niet) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  21. de doagn goan moar opn en toe (=dat zijn de winterdagen) (Knesselaars)
  22. Deh is unne klocht gaenze op diejen kamp (=dat zijn veel ganzen op dat weiland) (Ewijk (Euiwwiks))
  23. det zeen gemaakdje moekes (=dat zijn smoesjes, uitvluchten) (Weerts)
  24. det zien maar gemakte menkes (=dat zijn maar uitvluchten) (Tegels)
  25. die wiet'n 't verschil niet tuss'n dien'nt en mien'nt (=dat zijn dieven) (Westerkwartiers)
  26. doar edde giën affaire mè (=dat zijn je zaken niet) (Antwerps)
  27. doeër de rook zoegter zen eege nog nimei (=de cafébaas was het zat dat zijn klanten binnen wilden roken) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. does normaol koekert (=Iemand er ernstig op wijzen dat zijn gedrag raar is) (Tilburgs)
  29. dor edde gè geen afjeiren mee (=dat zijn uw zaken niet) (Sint-Niklaas)
  30. dor edde gè niet mé te moaken!, dor edde geen affjeire mee! (=dat zijn uw zaken niet!) (Sint-Niklaas)
  31. gaile zet zeikest van de vosseplaain (alias de Basteleusstraat waar vroeger veel bewoners van de Brussels oude markt kwamen wonen) (=dat zijn bedriegers, leugenaars) (Zuuns)
  32. mën aure toeten aon de linkerkant (=dat zijn pure leugens) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. oh, dat binnen feine / fijne minsen, dat binnen wel oardige luijen, dor kuye wel mie worren. (woorden op -ijn zijn allemaal! leenwoorden en worden uitgesproken als in Piet heyn, fein -geen leenwoord- heeft andere klank en iets andere betekenis dan fijn) (=dat zijn aardige lui hoor) (Urkers)
  34. tsloeg vaajf vër twelf (=de horlogemaker ziet dat zijn tijd voorbij is) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. Twieë achterein det zeen t'r driej ofwaal twelf! (=twee achter mekaar dat zijn er drie) (Kinroois)
  36. vër daaj ès niks te zwaur of te heet (=dat zijn dieven !) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen