Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `anders`

  1. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  2. Je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=Een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  3. waar gehakt wordt, vallen spaanders (=waar werk verricht wordt, worden ook wel wat fouten gemaakt)
  4. zijn zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)

39 betekenissen bevatten `anders`

  1. Als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=Als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
  2. opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
  3. In de nood eet de duivel vliegen. (=Als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  4. in een andere vorm gieten (=anders voorstellen)
  5. Uit de toon vallen (=anders zijn dan de anderen)
  6. dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  7. dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  8. dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  9. dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  10. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
  11. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  12. verandering van spijs doet eten (=eens iets anders te doen doet de mens goed)
  13. geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
  14. als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
  15. het over een andere boeg gooien (=het anders aanpakken)
  16. uit een ander vaatje tappen (=het anders aanpakken)
  17. in iemands vel steken (=het lichamelijke lot van iemand anders ondervinden)
  18. in iemands schoenen staan (=het lot van iemand anders ondergaan)
  19. iemand van Pontius naar Pilatus sturen (=iemand aan het lijntje houden, altijd ergens anders naartoe sturen)
  20. De hete aardappel doorspelen (=Iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  21. door de neus boren (=iemand anders iets de mogelijkheid ontnemen)
  22. iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
  23. in het niet zinken (=in vergelijking met iets anders nog weinig waarde hebben)
  24. Een meid en een aardappel kies je zelf (=Je kunt niet voor iemand anders een vrouw uitzoeken)
  25. Het oog van de meester maakt het paard vet. (=Je moet als baas zelf toezicht houden, want anders wordt je bedrijf verwaarloosd)
  26. De boer op de bok liet de teugels vieren, het paard kende zelf de weg wel. (=Je moet niet doen alsof je de beste bent, iemand anders weet ook wel wat)
  27. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  28. in iemands schaduw staan (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt)
  29. Een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=Niet tot iets anders te bewegen)
  30. effen rekening maakt goede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
  31. Parijs is wel een mis waard (=om een voordeel te behalen bij tegenstanders aansluiten)
  32. de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)
  33. zijn zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)
  34. in de contramine zijn (=tegen alles in gaan of altijd iets anders willen dan anderen)
  35. geluk bij een ongeluk (=terwijl iets mis gaat, gaat iets anders goed)
  36. de kastanjes voor iemand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
  37. Wat de boer aan het koren verliest zal hij aan het spek wel terugvinden (=Waar iemand iets verliest zal iemand (anders) iets winnen)
  38. de rollen omkeren (=wat de een normaal doet doet de ander nu en andersom)
  39. onder valse vlag varen (=zich voordoen als een ander of zich anders voordoen)

Het dialectenwoordenboek kent 85 spreekwoorden met `anders`

  1. kortemarks: das anderschn tee (=dat is wat anders)
  2. Westerkwartiers: hij bleef d'r ieskold onner (=hij werd er niet andersd van)
  3. Zaans: Hai was wel un goed waif, maar zai zoop zo (=Hij is geen beroerde vent, maar zíj! (of andersom, in elk geval een echtpaar))
  4. Brugs: u twoarsen el (=ergens anders)
  5. Zurriks: As ut hoi ut perd noalupt wil ut gevrète zien (=Als een meisje een jongen naloopt in plaats van andersom)
  6. Zaans: Aars as aars (=anders dan anders)
  7. Munsterbilzen - Minsters: mét aander wieëd (=anders gezegd)
  8. Katwijks: tis iet ars (=het is niet anders)
  9. Lokers: lach mee au peetsjen (=maak iemand anders belachelijk)
  10. Westerkwartiers: op of ien de buus (=opeten of anders meenemen)
  11. Munsterbilzen - Minsters: zing èssen aander lidsje (=vertel eens wat anders)
  12. Westels: veutters nog iet (=anders nog iets)
  13. Westerkwartiers: da's hiel (heul) aans (=dat is heel anders)
  14. Wetters: tzal voaren (=het zal anders zijn)
  15. Harelbeeks: oatie en soatie (=had hij het maar anders gedaan)
  16. Roermonds: Had ich mich maar besjeete (=Had ik het maar anders gedaan)
  17. Weerts: eeme op glaad iês lei-je (=iemand anders in de problemen brengen)
  18. Bosch: Proat mar gewòn (=Kunt u dat ook anders zeggen)
  19. Tongers: drèed dat pleutje nouw mèr eum. (=vertel nu eens wat anders)
  20. Westerkwartiers: as is verbraande törf (=als het anders was gelopen . .)
  21. Gronings: altied wat aans (=altijd wat anders)
  22. Munsterbilzen - Minsters: dassen aander paor mauwe (=dat is weer wat anders)
  23. Bilzers: Da's aanderen thei as kaffei! (=Dat is heel wat anders!)
  24. Knesselaars: ten kandêêle gaon (=een boom of iets anders wegruimen)
  25. Hansbeeks: In zijn roab'n schijd'n (=Iemand anders benadelen)
  26. Fries: Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa (=Zo is het en niet anders, want als het anders was was het niet zo)
  27. Oudenbosch: das aandere olie dan zeik (=dat is nog eens wat anders)
  28. Veurns: 't op èn ander'n steek'n (=iemand anders de schuld geven)
  29. Westlands: 'em de bladere aan harreke (=iemand anders de schuld geven)
  30. Zaans: As de maid un maid heb, heb mevrouw d'r twee (=Een opgedragen klusje afschuiven op iemand anders)
  31. Oudenbosch: in plek van dak da nou gedaon aar (=ik had beter iets anders kunnen doen)
  32. Bilzers: ich wor on haan en viet geklausterd (=ik kon niet anders, ik was machteloos)
  33. Westerkwartiers: de roll'n benn'n omdraaid (=de situatie is nu anders)
  34. Westfries: efkes wat aars anskiete (=even wat anders aantrekken)
  35. Munsterbilzen - Minsters: t op nen aandre wille staeke (=iemand anders de schuld geven)
  36. Munsterbilzen - Minsters: blüfste doë nau op knabbële ! (=praat eens over iets anders !)
  37. Tilburgs: toen irst din we dè aanders (=voorheen deden we dat anders)
  38. Tilburgs: zè hòj aanders al vrûug de rêegels (=zij was anders al vroeg ongesteld)
  39. Lebbeeks: voër: Lach mé a voër (=Ga met iemand anders de spot drijven)
  40. Liwwadders: must dien hasses houwe, anders krijst een kwababber op dien taat\r\n\r\n'taat'? of hassus? (=hou je stil, anders krijg je een klap voor je kop)
  41. Leefdaals: ne zoetege zaaite (=aimabel persoon die evenwel anders is dan hij zich voordoet)
  42. Waregems: ie 'n koste nie fooëdre of toegeev'n (=hij kon niks anders dan bekennen)
  43. Westerkwartiers: de wiend waait nou uut 'n aanere hoek (=de zaak wordt nu anders aangepakt)
  44. Mechels (BE): Wee ba denhond slopt kreigt zen vloeie (=De gewoontes van iemand anders aannemen)
  45. Oudenbosch: oewen eige rug zelluf motte kraauwe (=er is niet iemand anders die dit voor jou doet)
  46. Oudenbosch: kgaon wirrus un deur wijer (=ik moet nog ergens anders langs gaan)
  47. Oudenbosch: nou mottut nie oppun aander wulle steke (=nu moet je niet iemand anders de schuld geven)
  48. Sin tunnis: Goed ete anders gaode in het pierekuuleke (=Je moet goed eten anders ga je in het pierengaatje)
  49. Westerkwartiers: dat ken schienboar niet aans (=dat kan blijkbaar niet anders)
  50. Barnevelds: Gao bie je moeder de kachel uutpisse (=Ga ergens anders klieren!)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen