286 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `NEN`
- aan de heideNEN overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
- al zijn patroNEN verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
- als de armoede binNENkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
- als honden konden bidden zou het kluiven regeNEN (=als is een niet ter zake doende opmerking)
- als proefkonijn dieNEN (=dienen voor een of ander experiment)
- als sneeuw voor de zon verdwijNEN (=ergens niets van over blijven)
- als zwijNEN aan de bak gaan (=zonder te bidden gaan eten.)
- appelen/knollen voor citroeNEN verkopen (=oplichten, bedriegen)
- appels voor citroeNEN verkopen (=iemand oplichten.)
- bederf geen panNENkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- beminNEN als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
- beNEN maken (=(haastig) weggaan)
- bergen kunNEN verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
- beter onbegonNEN dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kenNEN (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
- bij iemand nog wel kunNEN schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- binNEN de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
- binNEN de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
- binNEN de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of schade veroorzaakt)
- binNEN mikken zijn (=geborgen zijn)
- binNEN zijn (=geborgen zijn)
- binNENskamers gebleven (=geheim gebleven)
- buiten de waard rekeNEN (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
- buiten iets kunNEN. (=iets kunnen missen)
- dat raak je aan de straatsteNEN niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
- dat vlas is niet te spinNEN (=daar is niets mee te beginnen)
- de aap binNEN/weg hebben (=het geld ontvangen hebben)
- de appel wegdragen/winNEN (=als schoonste erkend worden)
- de beNEN nemen (=er vandoor gaan)
- de boog kan niet altijd gespanNEN zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
- de bot kunNEN gallen (=een moeilijke taak aankunnen)
- de groten rijden te paard en de kleiNEN hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
- de hand leNEN tot (=helpen)
- de kaart van het land kenNEN (=de omstandigheden kennen)
- de kat in de gordijNEN jagen (=iemand goed kwaad maken)
- de kroon spanNEN (=het hoogtepunt vormen)
- de laatste der MohikaNEN zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
- de lading binNEN hebben (=dronken)
- de Mammon dieNEN (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
- de moed in de schoeNEN doen zinken (=wanhopig worden en de moed verliezen)
- de ogen opeNEN (=doen inzien)
- de ossen achter de ploeg spanNEN (=de zaak verkeerd aanpakken)
- de paarden die de haver verdieNEN krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
- de paarden die de haver verdieNEN, krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
- de pot op kunNEN (=in geen geval krijgen)
- de stoute schoeNEN aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
- de stoute schoeNEN aantrekken. (=een uitdaging aangaan)
- de toets kunNEN doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
- de verzeNEN tegen de prikkels slaan (=zich verzetten tegen iets wat niet tegen te gaan is)
- de vierschaar spanNEN. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
386 betekenissen bevatten `NEN`
- de oude mens afleggen (=(en de nieuwe aantrekken) een nieuw leven beginNEN - beterschap beloven)
- niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunNEN tippen)
- iemands maat niet kunnen halen (=aan iemand niet kunNEN tippen)
- bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunNEN nemen)
- het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunNEN weten)
- verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunNEN hebben)
- met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekeNEN dan werkelijk gemaakt)
- de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunNEN hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
- zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunNEN doen en laten wat iemand wil)
- een haaienmaag hebben (=alles kunNEN verorberen)
- iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunNEN) krijgen of alles mogen)
- komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonNEN zijn, dan komt de rest vanzelf)
- de spits afbijten (=als eerste ergens aan beginNEN aan iets moeilijks)
- wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonNEN bent, moet je het ook afmaken)
- wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonNEN bent moet je er mee voortdoen)
- wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winNEN)
- een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunNEN tot de slechts dingen komen daardoor)
- meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binNENland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee persoNEN van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende persoNEN of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigeNEN waar om gestreden wordt)
- van wal steken (=beginNEN met spreken, beginNEN met een verhaal)
- van leer trekken (=beginNEN met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
- aan de slag gaan (=beginNEN te werken, starten)
- waar twee kijven hebben twee schuld (=beide persoNEN hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
- iets in de verf zetten (=beklemtoNEN, accentueren)
- er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginNEN en zich er volledig voor in te zetten)
- beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginNEN als men het niet kan afwerken)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginNEN / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide persoNEN wat toe om het eens te worden)
- op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunNEN van vermoeidheid)
- op je zenuwen leven (=bijna overspanNEN geraken)
- goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunNEN geven)
- in het oog houden (=binNEN het gezichtsveld houden)
- in het oog hebben (=binNEN het gezichtsveld zijn)
- met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binNEN komen)
- uit je dak gaan (=buiten zinNEN raken)
- dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginNEN)
- dat is lariekoek (=dat heeft iemand verzonNEN)
- dat is de aap gevlooid (=dat is onbegonNEN werk.)
- dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunNEN we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
- dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kenNEN)
- de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunNEN - zelf alles willen hebben)
- pap in de benen hebben (=de beNEN willen niet meer vooruit)
- je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunNEN gebruiken)
- de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunNEN volgen)
- eerste viool willen spelen (=de meest promiNENte taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
- de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei planNEN, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
- de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde persoNEN wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
- fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste heeft de meeste kansen om iets te winNEN)
- de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kenNEN)
50 dialectgezegden bevatten `NEN`
- !k ém ier NEN oebel (=ik heb hier een bobbel) (Meers)
- ' NEN drogen botterram (=een boterham zonder beleg) (Sint-Niklaas)
- ' NEN neus ein gullek ne kapstok (=een zeer lange neus hebben) (Sint-Niklaas)
- 'k Geef em NEN trok. (=Ik geef hem een klop.) (Massems)
- 'k plak NEN an de muur (=ik sla hem dood ( (verbaal woedend) ) (Waregems)
- 'k Zal veu ou is e verken oep NEN boom jagen (=Iets apart, iets wonderlijks doen) (Mechels (BE))
- 'n kiend koopn mè NEN plastroeng an (=moeilijke bevalling) (Brugs)
- 'n Langsten dag hef ok NEN oamd (=De langste dag heeft ook een avond) (Twents)
- 's aovends NEN keerl 's maorgns NEN keerl (=na flink zuipen moet je 's morgens niet zeiken) (Achterhoeks)
- 't caffei is NEN aaizerenwinkel veur maai (=Ik kom nooit op café) (Antwerps)
- 't es NEN auverechtsn (=hij is tegendraads) (Meers)
- 't es NEN echt'n fiekfak (=hier kan niemand iets mee aanvangen) (Waregems)
- 't es NEN karaudzigen (=iemand die veel moed heeft) (Zottegems)
- 't gopt link NEN oovn (=dat ligt toch voor de hand) (Waregems)
- 't is ' NEN annewuiten (=het is een dommerik, dwaze snul) (Sint-Niklaas)
- 't is 'NEN broekschijter, NEN labbekakker (=iemand die schrik heeft) (Sint-Niklaas)
- 't is aolt van iet da NEN puit geen haor eet (=Er is voor alles wel een reden te vinden) (Bevers)
- 't is een scheet-in een flasse / 't is een scheet-in NEN zak (=dat valt tegen) (Kaprijks)
- 't is NEN dodden (=het is weinig, de moeite niet waard) (Lokers)
- 't is NEN iuën (=hij heeft een belangrijke positie) (Kaprijks)
- 't kump zo trage as biej NEN osn de melk (=er zit geen schot in de zaak) (Twents)
- 't sal mij NEN éwen n'ond verlié'n (=het steekt mij erg tegen) (Brakels)
- 't zal NEN blijvere zijn (=van iemand die een vast lief heeft) (Zottegems)
- 't zoe NEN oudn ond verleën (=iedereen zou het beu worden) (Waregems)
- 'tes NEN kladpoater (=iets niet goed uitvoeren, niet aan kunNEN) (Wetters)
- 'tis moar NEN bruiNEN (=Als de zon zich niet laat zien en het weer overtrokken en regenachtig is) (Lokers)
- 'twas NEN 'oere (=het was een prostitue) (Brugs)
- ‘k En zou da wijf nog nie willen poepen mee NEN dorme van 7 meter (=Ik vind die vrouw afstotelijk) (Brakels)
- ‘k wir daur ontvangen as NEN ond in een kegelspel (=ik werd er slecht ontvangen) (Meers)
- ‘t is NEN effenaëvn/een effenaëve (=hij / ze windt er geen doekjes om) (Kaprijks)
- ’t er és NEN donderstieën gevallen op Jef zén skuur (=de bliksem is ingeslagen op de schuur van Jef) (Meers)
- ' k verschoot me NEN bult (=ik schrok nogal) (Sint-Niklaas)
- ' t es NEN druem in een engels bedde (=het is perfect) (Kalkens)
- ' t Sal NEN lembeeksen word' n (=Het zal een late avond worden) (Evergems)
- a ee NEN druëge lèver (=hij is dorstig) (Meers)
- a eet er mor vier en NEN beezekoek (=hij is niet erg slim) (Meers)
- a èèt er mur drou en NEN bezekoek (=hij heeft ze niet allemaal op een rijtje) (Meers)
- a es op NEN bek de gaas geleupen (=hij is afgewezen) (Ninoofs)
- a me grotmoeder wielen hed, wasze NEN otokar (=grootmoeder met veel kinderen) (Brugs)
- a ratj mè NEN Anglia-dijfteroeën (=hij heeft geen auto) (Ninoofs)
- A' es NEN achterwasjoever. (=Hij is een moeilijk persoon.) (Ninoofs)
- A'j NEN döl noar t maark steurt, hebt de koopleu wil (=Als je een sufferd naar de markt stuurt, hebben de kooplui plezier) (Twents)
- Aa ei NEN dikke nek (=Hij heeft pretentie) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa es oep NEN bek de gaas geloëpe (=hij heeft een blauwtje gelopen) (leuvens)
- àà goet er è goei gat iààt, àà vleegt eroep làk nèn boèk oèp nèn bussel poète. (=Hij gaat er hard tegenaan) (Bierbeeks)
- aai zie zoe schèel as NEN otter (=Zijn ogen staan scheel) (Turnhouts)
- ae sloat'r nar / noar gellek NEN blenn'n nar / noar een ae (=hij gokt maar wat) (Wichels)
- aete mèt NEN hoeële tand (=niet veel eten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ain stet op beurt kiekie altied veur, n gat. A-j ie NEN stet op beurt kiek ie altied veur NEN gat.* (=als je de staart op tilt kijk je altijd naar een gat) (Twents)
- aïs NEN echten tettezot (=hij houdt van mooie meisjes) (Antwerps)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen