7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Iever`
- lIever brood in de zak, dan een pluim op de hoed (=van eer kan men niet leven)
- lIever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
- lIever lui dan moe (=liever niet werken, het liever aan anderen overlaten)
- lIever te dik in de kist dan een feestje gemist (=plezier hebben is belangrijker dan lang leven)
- lIever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
- lIever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
- lIeverkoekjes worden hier niet gebakken (=zin of geen zin, je moet het doen)
12 betekenissen bevatten `Iever`
- het niet begrepen hebben op (=er geen zin in hebben - lIever niet hebben)
- arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je lIever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
- als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat lIever niet wil trouwen)
- een schurftig paard vreest de roskam (=iemand die aan iets schuldig is, heeft lIever niet dat datgeen onderzocht wordt)
- beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=lIever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
- beter kleine meester dan grote knecht (=lIever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
- liever lui dan moe (=lIever niet werken, het lIever aan anderen overlaten)
- beter ermee verlegen dan erom verlegen (=lIever van iets te veel dan van iets te weinig hebben)
- alle gekheid op een stokje (=maar nu lIever ernstig)
- morgen als kaatje verjaart (=nooit , dat stel ik lIever uit)
- oude bomen moet men niet verplanten (=oude mensen doet men lIever niet verhuizen)
- kunnen missen als kiespijn (=veel lIever niet hebben)
50 dialectgezegden bevatten `Iever`
- aste iëver den dievel kals, zieste zene stat (=We spraken juist over u en daar ben je) (Bilzers)
- aste iëver terdievel kals ziesem zene stat (=daar is hij!) (Munsterbilzen - Minsters)
- at ze breidsje gebakken ès, moessët doëviër nog nie hals iëver kop opaete (=geniet rustig van de rijkelijk leventje) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau ët hat van vol ès, lëp te mond van iëvër (=het is moeilijk niets te laten blijken als je van iets vervuld zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau et hat van vol ès, lëpte mond van iëver (=geluk kun je niet voor jezelf houden) (Munsterbilzen - Minsters)
- bij iemës iëver den dërpël koëme (=bij iemand aan huis komen) (Munsterbilzen - Minsters)
- da geet em wol vanzelf iëver (=het zal wel overwaaien) (Bilzers)
- da geet wol iëver zonner bieëvet te gon (=dat waait wel over) (Munsterbilzen - Minsters)
- da hûb ich iëver de kop gezien (=daaraan heb ik niet gedacht) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj ès vel iëver de kniëk (=zij is graatmager) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hër mëlk ès iëvër aoênt koêke (=haar onderrok hangt onderuit) (Munsterbilzen - Minsters)
- daar taus nimei iëvër den dörpël te koëme (=je bent bij mij niet meer welkom) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae ès al e tijdsje iëver zen toere (=hij is al lang overspannen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae kump nog iëver één bil gekroeëpe (=die kot nog bédelen op zijn knieën) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae zë pètsjë koëk rap iëvër (=die is rap kwaad) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae ze pètsje koëk rap iëvër (=hij heeft een kort lont) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae zen zaok és iëver de kop gegon (=hij is failliet) (Bilzers)
- dae zit tot iëver zën aure èn de mësiëre (=hij weet niet meer van welk hout pijlen te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
- das nie vër iëvër noë haus te sjrijve (=dat is niets om fier op te zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- das vel iëver de knoëk (=zij is graatmager) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat wor iëver het sjroëm (=dat was erover) (Bilzers)
- de bès toch henneg iëver de pot ont pisse (=overdrijf je nu niet wat?) (Bilzers)
- de Franse zin iëver de grêns
de roj vod hink aut
de russese vlag hink aut (=zij heeft haar regels) (Bilzers)
- de hoes nie iëver zen eege te kalle, de aander doen dat wol aste zene rëg gedrèd hübs (=achter uwe rug wordt toch geroddeld) (Munsterbilzen - Minsters)
- De moes haaj nie iëver zen eege zitte te kalle, dat doen vae seffes wol aste voert bés (=Praat nooit over jezelf, dat doen anderen wel) (Bilzers)
- det gèt Iever zoender op bedevaart te guun (=het geneest vanzelf) (Opglabbeeks)
- doa leiptem ein luus Iever de lèver (=zich opwinden voor niets) (Opglabbeeks)
- doë kan ich nie van iëver (=dat kan ik niet vatten) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë konste ë graut kreis iëvër maoke (=vergeet het maar) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë konste e graut kreis iëver maoke (=dat kun je vergeten) (Bilzers)
- doë moeste gee graos lette iëver wasse (=die kans mag je niet laten varen) (Bilzers)
- doë val ich nie iëver (=daar heb ik niets tegen) (Munsterbilzen - Minsters)
- e sërmaun iëvër zich krijge (=de les gespeld krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ën sjoer iëvër zëne strank krijge (=een bui over zijn rug krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae begos iëver te koeëke (=de kok kookte van woede) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae hoel aanes gene frang iëver (=de huisschilder werkte alléén maar in het zwart) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae voel iëver zen eege wieëd (=de criticus brak alles af) (Munsterbilzen - Minsters)
- hèë koeëk iëver (=hij is kwaad) (Bilzers)
- ich gojn dich daodelëk ës iëver mene knie légge (=seffens krijg je een goede pandoering) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ich hoch ielk honsgezeek ambras iëver men zweetpatees (=ik kreeg altijd woorden over mijn zweetvoeten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich hüb ter get van geheird, mèr ich wiët nie zjus bau et iëver geet (=de klok horen slaan maar niet weten waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich koeëk stillekesaon iëver (=dadelijk ga ik uitbarsten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich koster heilegans nie van iëver (=ik begreep het totaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemëd iëvër ze köpke vrijve (=iemand aaien) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemedet vel iëver d' aure trékke (=iemand teveel doen betalen) (Bilzers)
- iëvër d'iêd ligge (=dood zijn over de aarde liggen) (Munsterbilzen - Minsters)
- iëver de brêg vant kanaal noë Zietendel loeg nog een hoote brèg, baliebrèg zaagte ze doë tiëge, ze wont 'taajelëk ongelaach as naudbrèg vërret bels laeger, noët boembardement onder den oerlog. (=over het Albertkanaal richting Zutendaal lag een houten noodbrug, baliebrug genaamd, die de soldaten van het Belg. leger er zogezegd tijdelijk legden na een Duits bombardement) (Munsterbilzen - Minsters)
- iëver de roje gon (=buiten de regels gaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- iëver de sjroëm goên (=zijn boekje te buiten gaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- iëver de striep koëme (=toegeven, betalen) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen