Spreekwoorden met `veel`

Zoek

30 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` veel`

  1. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  2. aan een oud dak moet je veel herstellen (=verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  3. als je veel eet, dan ben je lelijk als je dood bent. (=waarschuwing tegen te veel eten.)
  4. de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
  5. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  6. er blijft veel aan maat en strijkstok hangen (=lang niet alles komt op zijn plaats terecht)
  7. er gaan veel makke schapen in een hok (=met inschikkelijke mensen is meer mogelijk)
  8. het water is veel te diep (=hij durft het niet aan)
  9. hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
  10. mei koel en wak, veel koren in de zak. (=als het in mei nat en koud is wordt de opbrengst hoog)
  11. men vindt veel grijzen, maar weinig wijzen. (=oude mensen zijn niet per definitie wijs)
  12. menig heeft te veel, niemand heeft genoeg. (=sommige mensen hebben nooit genoeg)
  13. mensen vertellen veel op een zomerse dag. (=verhalen kloppen niet altijd)
  14. niet het vele is goed, maar het goede is veel. (=kwaliteit is beter dan kwantiteit)
  15. niet veel meer dan een aardappel zijn (=niet erg veel voorstellen)
  16. niet veel om de hakken (=niet veel bijzonders)
  17. niet veel zaaks (=niet veel bijzonders)
  18. ongegund brood wordt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
  19. over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchische of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
  20. te veel hooi op je vork nemen (=te veel werk aannemen, zodat je in moeilijkheden komt)
  21. te veel pannen op het dak (=te veel die het kunnen horen)
  22. te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is schadelijk)
  23. te weinig om te leven en te veel om te sterven (=een te kleine aalmoes)
  24. tussen lepel en mond valt veel pap op de grond (=problemen komen vaak pas op het laatst)
  25. van verre liegt men veel. (=vreemden kunnen makkelijk liegen omdat het niet te controleren is)
  26. veel koeien, veel moeien. (=hoe meer bezittingen hoe meer zorgen)
  27. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  28. wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
  29. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
  30. witte paarden hebben veel stro nodig (=pronkzieke vrouwen kosten veel geld)

174 betekenissen bevatten ` veel`

  1. een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  2. gepokt en gemazeld zijn (=al veel ervaring hebben)
  3. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  4. genoeg voor een heel weeshuis. (=als je ergens heel veel van hebt)
  5. een goed gelaat is de beste geleidebrief. (=als je knap bent krijg je veel voor elkaar)
  6. veel varkens maken de spoeling dun (=als je met veel bent, moet je ook met veel delen)
  7. als de kan vol is, loopt zij over. (=als je te veel drinkt komt het er weer uit)
  8. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  9. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  10. iemand de oren van het hoofd eten (=bij iemand erg veel eten)
  11. visnamig (=daar is het goed vissen, er zit daar veel vis)
  12. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
  13. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  14. daar is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  15. als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)
  16. een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
  17. koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
  18. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  19. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  20. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  21. oefening baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
  22. zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
  23. zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
  24. in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
  25. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  26. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  27. stukken maken (=een grote indruk maken , veel kapot maken)
  28. grote parade en klein garnizoen (=een grote vertoning maar niet veel zaaks)
  29. de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
  30. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  31. een tafeltje welbereid. (=een plek met veel en goed eten)
  32. de haren uit het hoofd trekken (=enorm veel spijt hebben)
  33. je handen jeuken (=er erg veel zin in hebben te beginnen)
  34. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  35. de drempel is glad. (=er komt veel bezoek)
  36. er komen met krabben en bijten (=er met heel veel moeite komen)
  37. over het paard tillen (=er te veel goeds van zeggen / verwend en geprezen zijn)
  38. kunnen maken en breken (=er veel macht over hebben)
  39. er een vuile pijp aan roken (=er veel nadeel van ondervinden)
  40. je plezier niet opkunnen (=er veel plezier aan beleven)
  41. er een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
  42. er muziek in zitten (=er veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
  43. de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
  44. er een melkkoetje aan hebben (=er veel voordeel uit kunnen halen)
  45. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  46. alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  47. zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
  48. een zware wissel trekken (=erg veel eisen)
  49. uit de hengstebron gedronken hebben (=erg veel gedichten schrijven)
  50. je handen dichtknijpen (=erg veel geluk hebben)

9 dialectgezegden bevatten ` veel`

  1. d’r goed inzitten (=rijk zijn, veel geld hebben) (Meers)
  2. de hëbs ferm viël naute op zëne zank (=je hebt nogal veel commentaar, veel eisen) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. De pad wérm ouwe (n) (Tholen ) (=Er direct op af gaan, veel op bezoek komen) (Zeeuws)
  4. hege skuoren, protte lân, soere lucht, gjin ferstân. (=hoge schuren, veel land, zure geuren, geen verstand) (Fries)
  5. lust je nogh peultjes? (=Veel noten op zijn zang hebben, veel eisen stellen) (Zeeuws)
  6. veel geldj emmen (=rijk zijn, veel geld hebben) (Meers)
  7. veel knuiten emmen (=rijk zijn, veel geld hebben) (Meers)
  8. veel ploët emmen (=rijk zijn, veel geld hebben) (Meers)
  9. viël késkënaote maoke (=veel commentaar geven, veel noten op zijn zang hebben) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen