Spreekwoorden met `hé`

Zoek


1196 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` hé`

  1. `t Mag vloeien, `t mag ebben. Die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  2. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  3. aan de pan gelikt hebben (=slecht terechtkomen of veel schade hebben)
  4. aan de rand van het graf staan (=bijna dood zijn)
  5. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  6. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  7. aan een oud dak moet je veel herstellen (=verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  8. aan een touwtje hebben (=in zijn macht hebben)
  9. aan gene zijde van het graf (=na de dood)
  10. aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden)
  11. aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
  12. aan het eind van zijn akker zijn (=het geld is op)
  13. aan het eind van zijn Latijn zijn (=uitgeput zijn)
  14. aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
  15. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  16. aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
  17. aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
  18. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
  19. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  20. aan het lijf schieten (=haastig aantrekken (kleding))
  21. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden /  beloven, maar steeds weer uitstellen)
  22. aan het roer zitten/staan (=de leiding hebben)
  23. aan het verkeerde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
  24. aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
  25. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  26. aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
  27. aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets)
  28. aap wat heb je mooie jongen spelen (=overdreven vriendelijk zijn)
  29. aardappelbloed hebben (=er ongezond uitzien)
  30. Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
  31. achter de kiezen hebben (=opgegeten hebben)
  32. achter de knopen hebben (=opgegeten hebben)
  33. achter het net vissen (=een kans missen)
  34. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  35. al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
  36. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  37. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  38. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  39. al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
  40. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  41. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  42. alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  43. alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
  44. alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
  45. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  46. alle hens aan dek (=met alle beschikbare mensen of alle middelen)
  47. alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
  48. alle vloed heeft zijn weerloop. (=soms zit het mee en soms zit het tegen)
  49. alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
  50. alle winden hebben hun weerwinden. (=soms zit het mee, soms zit het tegen)

1366 betekenissen bevatten ` hé`

  1. de morgen doet het werk. (=`s morgens ben je het productiefst)
  2. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  3. het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mals)
  4. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  5. op het kussen helpen (=aan de macht helpen)
  6. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  7. lapsus memoriae (=aan het geheugen ontsnapt)
  8. op het sleeptouw houden (=aan het lijntje houden)
  9. op tui houden (=aan het lijntje houden)
  10. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  11. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  12. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  13. in het getouw (=aan het werk)
  14. in het gareel spannen (=aan het werk zetten)
  15. het land aan iets hebben (=aan iets een hekel hebben)
  16. een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  17. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
  18. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  19. van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  20. achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
  21. je leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
  22. verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
  23. voor heter vuren gestaan hebben (=al groter problemen gekend hebben)
  24. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  25. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  26. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  27. in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
  28. gepokt en gemazeld zijn (=al veel ervaring hebben)
  29. een glaasje op hebben (=alcohol te hebben genuttigd)
  30. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  31. een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
  32. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  33. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  34. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  35. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  36. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  37. de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
  38. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  39. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  40. alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde)
  41. wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  42. de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
  43. eet geen paaseieren op goede vrijdag (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  44. de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
  45. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  46. have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
  47. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  48. als de herder dwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  49. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  50. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)

6 dialectgezegden bevatten ` hé`

  1. bèste mekan autgekald (=luister eens hier, ) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. Da gottoch wè, wà? (=Dat gaat toch wel, hè) (Wagenings)
  3. dinkste nog ës aôn mich (=vergeet het niet, !) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. joeng mètskë, zwijg mich toch stillëkës ëstil (=luister eens hier, ) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. Merie haat zenen hond vas, seffes bitter mich, ich zèg et tich, honderd frang vür mich (=als hij me bijt, (kinderrijmpje) ) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. pas op daste dich nie mieg moks (=niet te hard werken, (laconiek) ) (Bilzers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen