276 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ien`
- veel koeien, veel moeien. (=hoe meer bezittingen hoe meer zorgen)
- veel stof doen opwaaien (=iets heeft grote invloed op wat er leeft bij mensen)
- verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandering positieve effecten kunnen hebben)
- verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)
- voor de mast gediend hebben (=van gewone matroos opgeklommen zijn tot officier)
- voor galg en rad opgroeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt)
- vrienden in nood, honderd in een lood (=wanneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek)
- waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
- waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
- wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
- wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)
- wat de mens zaait zal hij maaien (=je moet er iets voor doen, als je wat wil krijgen)
- wie in een glazen huis woont moet niet met stenen gooien (=wie schuldig is, moet zich niet laten opmerken)
- wie maaien wil moet zaaien (=je moet er iets voor doen om iets te verkrijgen)
- wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over)
- wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
- wierook toezwaaien (=lof toezwaaien)
- zacht gaan en verre zien. (=voorichtig en doordacht te werk gaan)
- ze zien vliegen (=niet goed bij het verstand zijn)
- zien eten doet eten. (=iemand zien eten bevordert de eigen eetlust.)
- ziende blind en horende doof zijn (=slechte dingen niet willen zien en horen)
- zijn haan moet altijd koning kraaien (=hij wil altijd de baas zijn)
- zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
- zonder aanzien des persoons (=zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat)
- zout in de wond strooien (=iemands leed verergeren)
- zuur verdiende centen. (=geld waarvoor hard is gewerkt.)
50 dialectgezegden bevatten `ien`
- hij het 'n stuk ien 'e kroag (=hij heeft een flinke borrel op) (Westerkwartiers)
- hij het ' n stuk ien de kroag (=hij is dronken) (Westerkwartiers)
- hij het ' t veurjoar ien ' e kop (=hij is erg speels momenteel) (Westerkwartiers)
- hij het de kolder ien de kop (=hij is in een dolle bui) (Westerkwartiers)
- hij het de oog'n boov'm ien 'e kop (=hij is nogal kwaad) (Westerkwartiers)
- hij het de perreplu ien de herremenie laote staon (=Hij heeft zijn paraplu in de harmonie laten staan) (Nijmeegs)
- hij het de smoor ien (=hij is bijzonder kwaad) (Westerkwartiers)
- hij het de wereld ien 'n deuske (=het gaat hem volledig voor de wind) (Westerkwartiers)
- hij het de wiend ien 'e zeil'n (=het gaat hem voor de wind) (Westerkwartiers)
- hij het de wiesheid ien pacht (=hij denkt alles alleen te weten) (Westerkwartiers)
- Hij het een stuk ien de neus (=Hij is dronken) (Nijmeegs)
- hij het muzenust'n ien 'e kop (=hij piekert veel te veel) (Westerkwartiers)
- hij het niet veul ien zien mars (=hij is niet erg bijdehand) (Westerkwartiers)
- hij het niks aans ien te breng'n as lege briefkes (=zijn vrouw is thuis de baas) (Westerkwartiers)
- hij het niks ien 'e melk te brokkel'n (=hij heeft niets te vertellen) (Westerkwartiers)
- hij het nog genog ien zien eig'n tuun te wied'n (=laat hem eerst maar zijn eigen zaakje op orde brengen) (Westerkwartiers)
- hij het ok 'n stem ien 't kapittel (=hij heeft ook wel iets in te brengen) (Westerkwartiers)
- hij het pielk'n ien 't hoar (=zijn haar zit heel slecht) (Westerkwartiers)
- hij het te diep ien 't glaas keek'n (=hij is bezopen) (Westerkwartiers)
- hij het twee iezers ien 't vuur (=hij wed op twee paarden) (Westerkwartiers)
- hij holdt de teugels ien hand'n (=hij is leider van de zaak) (Westerkwartiers)
- hij holt 't heft ien hand'n (=hij blijft de baas) (Westerkwartiers)
- hij is doar heulemoal ien zien element (=daar zit hij lekker in zijn vel) (Westerkwartiers)
- hij is doar ien zien element (=hij voelt zich daar thuis) (Westerkwartiers)
- hij is drok ien 'e weer (=hij is druk bezig) (Westerkwartiers)
- hij is geboor´n met ´n zulver´n lebel ien ´e mond (=hij heeft stinkend rijke ouders) (Westerkwartiers)
- hij is ien 'e boon'n om aart'n te plukk'n (=het loopt hem helemaal door) (Westerkwartiers)
- hij is ien 'e eulie (=hij is dronken) (Westerkwartiers)
- hij is ien ' e dunne (=hij is in de diarree) (Westerkwartiers)
- hij is ien de boon'n (=hij is in de war) (Westerkwartiers)
- hij is ien zien nopkes (=hij is in zijn sas) (Westerkwartiers)
- hij is met de neus ien 'e bodder vaal'n (=hij kwam op het juiste moment) (Westerkwartiers)
- hij is niet ien tel (=met hem wordt geen rekening gehouden) (Westerkwartiers)
- hij is ruug ien 'e mond (=hij heeft een grof taalgebruik) (Westerkwartiers)
- hij is teeg'n de keer ien (=hij is tegendraads) (Westerkwartiers)
- hij kikt as 'n kat ien 'n vremd pakhuus (=hij overziet de nieuwe situatie eerst eens goed) (Westerkwartiers)
- hij kikt met t'rechteroog ien 't linker buusgat (=hij is wel heel erg scheel) (Westerkwartiers)
- hij knipt de kat ien 't duuster'n (=hij is ietwat achterbaks) (Westerkwartiers)
- hij komt ien gien kerk of klooster (=hij vertoont zich nergens) (Westerkwartiers)
- hij komt ien kerk noch klooster (=je ziet hem nooit ergens) (Westerkwartiers)
- hij kreeg 't ien 'e neus (=hij kreeg het in de gaten) (Westerkwartiers)
- hij laag ien katzwiem (=hij was bewusteloos) (Westerkwartiers)
- hij lachte ien zien vuustje (=hij lachte heimelijk) (Westerkwartiers)
- hij lopt as 'n koater ien 'e mörg'ndauw (=hij is zo trots als een pauw) (Westerkwartiers)
- hij lopt ien 't blode bezroen (=hij loopt in een overhemd) (Westerkwartiers)
- hij lopt niet ien zeuv'm sloot'n tegeliek (=hij kan zichzelf best redden) (Westerkwartiers)
- Hij mos flink knéje tegen de wiend ien (=tegen de wind in fietsen) (Genneps)
- hij mos ien 'e bus bloaz'n (=hij moest betalen) (Westerkwartiers)
- hij rakt van 'e waal ien 'e sloot (=zijn problemen worden groter) (Westerkwartiers)
- hij slagt goeie road ien 'e wiend (=hij luistert niet naar raadgevers) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen