276 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ien`
- met zijn tien geboden eten. (=zonder mes en vork.)
- moet je heen hooien? (=heb je geen tijd?)
- naar de haaien gaan (=ten onder gaan, zinken, zeer grote problemen krijgen en wellicht ophouden te bestaan)
- naar het hoofd gooien/slingeren (=scherpe verwijten maken)
- naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
- niet het zout op zijn patatten verdienen (=een klein inkomen hebben)
- niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
- nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
- of men geen tien kan tellen (=zich onnozel houdend)
- olie op de golven gieten/gooien (=de gemoederen kalmeren)
- olie op het vuur gooien (=een situatie verergeren)
- onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
- onder ogen zien (=inzien, aanvaarden)
- ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
- op de keien komen (=ontslagen worden)
- op de keien staan (=werkloos zijn)
- op de penning zestien (=zeer duur)
- op de vingers zien (=streng op iemand opletten)
- op een andere leest schoeien (=op een andere manier aanpakken)
- op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
- oude koeien uit de sloot halen (=oude geschiedenissen terug ten tonele voeren)
- over de balk gooien (=onnodig geld uitgeven voor zaken die niet nodig zijn)
- over het hoofd groeien (=niet meer onder controle te houden)
- over het hoofd zien (=vergeten, niet opmerken)
- pluimen in de wind waaien (=iets doen zonder na te denken)
- poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
- rijden en omzien (=verderdoen maar ook opletten)
- roeien met de riemen die je hebt (=je moet het doen met de middelen die je hebt.)
- roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
- rozen op het pad strooien. (=iets veraangenamen.)
- rozen voor de varkens/zwijnen strooien (=iets goed doen voor mensen die dat niet waarderen)
- snoeien doet bloeien. (=tijdelijke opofferingen zijn nodig om op de lange termijn te kunnen gedijen en bloeien)
- te grabbel gooien (=zomaar weggooien, opofferen)
- te haaien en te draaien lopen (=doelloos ronddwalen)
- te lui om uit zijn ogen te zien (=erg lui)
- tegemoet zien (=kunnen verwachten)
- tegen de stroom is het kwaad roeien / zwemmen (=tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten)
- tegen de stroom oproeien (=tegen de gangbare opinie in gaan)
- tegen de verdrukking in groeien (=ondanks zware omstandigheden toch vooruit komen)
- ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
- ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
- tranen met tuiten huilen/schreien (=heel erg huilen zonder dat het echt erg is)
- twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- uien tappen (=moppen vertellen)
- uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
- van achter de koeien/ploeg komen (=van boerenafkomst zijn)
- van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen verlopen)
- van geld voorzien zijn als een pad van veren (=arm zijn)
- van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- vechten dat de kraaien om de brokken komen (=hevig vechten)
213 betekenissen bevatten `ien`
- ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- het is koek en ei tussen hen (=ze zijn zeer bevriend)
- een hart van goud hebben (=zeer vriendelijk en behulpzaam zijn.)
- je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
- je hand in een wespennest steken (=zich bemoeien met een problematisch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
- je neus in andermans zaken steken (=zich bemoeien met zaken die je niet aangaan)
- onder ogen komen (=zich laten zien)
- aan de pan blijven hangen/kleven (=zich om bestwil ergens mee bemoeien maar er slecht afkomen)
- overal zijn neus in steken (=zich overal mee bemoeien)
- op eigen wieken drijven (=zich volledig kunnen redden van het geld dat iemand verdient)
- de hand in eigen boezem steken (=zijn eigen fout inzien)
- van de hand in de tand leven (=zo gauw iets verdiend is het meteen weer uitgeven zonder zorgen over later)
- te grabbel gooien (=zomaar weggooien, opofferen)
50 dialectgezegden bevatten `ien`
- één gien strobreed ien 'e weg legg'n (=iemand rustig laten geworden) (Westerkwartiers)
- één ien 'e koart kiek'n (=iemands plannen afkijken) (Westerkwartiers)
- één ien 'e koart speul'n (=iemand voordeel geven) (Westerkwartiers)
- één ien 'e luur'n legg'n (=iemand foppen) (Westerkwartiers)
- één ien 'e moaling nemm'n (=iemand voor de gek houden) (Westerkwartiers)
- één ien 'e paan hakk'n (=iemand verslaan) (Westerkwartiers)
- één ien 'e schoaduw zett'n (=iemand overvleugelen) (Westerkwartiers)
- één ien 'e wiel'n ried'n (=iemand dwarsbomen) (Westerkwartiers)
- één ien 't gareel hold'n (=iemand op het goede spoor houden) (Westerkwartiers)
- één ien 't harnas joag'n (=iemand ergeren) (Westerkwartiers)
- één ien 't zoadel help'm (=iemand er weer bovenop helpen) (Westerkwartiers)
- één ien ' t harnas joag' n (=iemand kwaad maken) (Westerkwartiers)
- een kat ien ' t nauw mokt roare sprong' n (=in gevaar doet men soms rare dingen) (Westerkwartiers)
- één met 'n kluudje ien 't riet stuur'n (=iemand afwimpelen) (Westerkwartiers)
- één wat ien 't oor biet'n (=iemand proberen iets in te prenten) (Westerkwartiers)
- een wieze hen lijt ok wel es 'n ei ien 'e branekkels (=ook knappe koppen maken wel eens een foutje) (Westerkwartiers)
- één zaand ien de oog'n strooi'n (=iemand bedriegen) (Westerkwartiers)
- eerst 't kooike kloar, dan 't vogeltje d'r ien (=eerst voor een onderkomen zorgen, dan een vrouw zoeken) (Westerkwartiers)
- èllebaug (=moeje kraige vèr è ploitsjke on 't stat of on 't iën of 't ander ministéire) (Dendermonds)
- en noewet mè drowe nèvest ien rouèn (=en nooit met zijn drieën naast elkaar fietsen) (Denderleeuws)
- Enne nakser ien de tés schiete (=Onmgelijk) (Genneps)
- Enne zo.lder ien de bóks hèbbe (=Broek met te groot zitvlak) (Genneps)
- es 't al ien (=is het al 1 uur (ook 13 uur) ?) (Gents)
- eulie ien 't vuur (=ruzie in de tent) (Westerkwartiers)
- fluuster' n doe j' ien duuster' n (=niet fluisteren waar anderen bij zijn) (Westerkwartiers)
- fuuze (=aster nog iën komt dan vald' Oilsjt onder Dèrremonde) (Dendermonds)
- geluk komt ien 'e sloap (=geluk komt onverwachts) (Westerkwartiers)
- gien strobreed ien 'e weg legg'n (=iemand totaal niet in de weg staan) (Westerkwartiers)
- Hadde 't mar ien ów kó.nt, dan kónde 't uutschiete (=opmerking bij klachten) (Genneps)
- hai glimt as n honnekeudel ien duustern (=hij kijkt verheerlijkt) (Gronings)
- Haj ik toe mar ien de boks geschete (=had ik dat toen maar niet gedaan) (Wells)
- heb 't haart es ien 't lief! (=durf dat nou maar niet te doen!) (Westerkwartiers)
- heb 't haart es ien 't lief!! (=heb het lef eens!!) (Westerkwartiers)
- Heej het 'n stuk ien de hakke (of ien de kloeëte) (=Hij is een beetje dronken) (Wells)
- Heej is ien de kerk gebore (=Hij laat altijd de deuren open staan) (Wells)
- heej kiekt òw net án of-ie 't ien Kölle huuërt doondere (=hij kijkt je net aan alsof hij het in Keulen hoort donderen) (Venrays)
- Heej vuult zich as enne pier ien 'n erpelekoel (=Hij is erg tevreden met zijn situatie) (Wells)
- Hej spèj der nie ien (=Hij vind het lekker) (Huissens)
- hem 'n speek ien 't wiel steek'n (=iemand dwarsbomen) (Westerkwartiers)
- het het de pik op heur ien (=hij heeft het op haar gemunt) (Westerkwartiers)
- heulemoal ien 't roare (=heel erg bijzonder) (Westerkwartiers)
- hij ' s niet ien tel (=hij wordt niet geacht) (Westerkwartiers)
- hij deupt zien pen ien gal (=hij schrijft een hele boze brief) (Westerkwartiers)
- hij dut 'et teeg'n beder wiet'n ien (=hij doet het tegen beter weten in) (Westerkwartiers)
- hij dut ok nog 'n duit ien 't zakje (=hij wil er ook nog iets aan toe voegen) (Westerkwartiers)
- hij ging d'r hen met lood ien 'e schoen'n (=hij ging er erg bang naar toe) (Westerkwartiers)
- hij ging d'r hen met lood ien zien schoen'n (=het kostte hem moeite om ernaar toe te gaan) (Westerkwartiers)
- hij gunt ' n aaner ' t licht ien ' e oog' n niet (=hij gunt iemand anders geen succes) (Westerkwartiers)
- hij gunt heur 't licht ien 'e oog'n niet (=hij vergunt haar niets) (Westerkwartiers)
- hij haar de duvel ien (=hij was hels) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen