Spreekwoorden met `ig`

Zoek


202 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ig`

  1. op een kratje zitten als dat nodig is (=bereid zijn om je aan te passen aan minder luxe)
  2. op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
  3. op eigen benen staan (=voor jezelf zorgen; geen hulp nodig hebben)
  4. op eigen houtje doen (=iets zelfstandig (eventueel op eigen initiatief) ondernemen)
  5. op eigen wieken drijven (=zich volledig kunnen redden van het geld dat iemand verdient)
  6. op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
  7. op je elfendertigst (=uiterst langzaam)
  8. op stootgaren liggen (=klaarliggen om in actie te schieten)
  9. overhoop liggen (=ruzie met elkaar hebben)
  10. papier is geduldig (=men kan veel schrijven)
  11. rechter in eigen zaak zijn (=zijn eigen zaak kunnen beoordelen)
  12. samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
  13. schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
  14. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  15. stevig in het zadel zitten (=machtig zijn, een belangrijke positie hebben)
  16. stevig in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
  17. te weinig om te leven en te veel om te sterven (=een te kleine aalmoes)
  18. uit de duim zuigen (=iets verzinnen)
  19. van de dertig penningen niet gehad hebben (=niet al te slim zijn)
  20. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  21. veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven (=veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles)
  22. veel geblaat/geschreeuw maar weinig wol (=veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht)
  23. veel geschreeuw maar weinig wol. (=veel drukte om niets)
  24. verrijzen als paddenstoelen na een regenachtige dag (=plots tevoorschijn komen)
  25. visnamig (=daar is het goed vissen, er zit daar veel vis)
  26. voor de drang der omstandigheden zwichten (=zich naar de omstandigheden schikken)
  27. voor Pampus liggen (=dronken of bewusteloos zijn)
  28. voor zijn eigen deur vegen (=zijn eigen problemen oplossen)
  29. voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  30. voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
  31. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
  32. vurige kolen op iemands hoofd stapelen (=iemand een groot schuldgevoel geven door hem onverdiende lof of vriendelijkheid te geven.)
  33. vurige kool op iemands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)
  34. waar de boom gevallen is, blijft hij liggen (=gedane zaken nemen geen keer)
  35. weinig armslag hebben (=weinig ruimte hebben om uit te breiden of weinig mogelijkheden hebben, meestal in geld uitgedrukt)
  36. weinig om het lijf hebben (=het stelt niet veel voor.)
  37. wie eten wil moet de kok niet beledigen. (=hou je meerdere te vriend.)
  38. wie luistert aan de wand verneemt zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
  39. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  40. witte paarden hebben veel stro nodig (=pronkzieke vrouwen kosten veel geld)
  41. ze staat in haar eigen licht (=ze is trots op zichzelf)
  42. zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)
  43. zijn land ligt in zijn schoenen (=hij is een grote opschepper)
  44. zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)
  45. zo dronken als een reiger (=stomdronken)
  46. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)
  47. zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)
  48. zo onschuldig als een pasgeboren kind (=zeer onschuldig)
  49. zuinig kijken (=teleurgesteld of verdrietig kijken)
  50. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)

821 betekenissen bevatten `ig`

  1. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
  2. een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  3. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  4. een dijk van een baan (=een geweldige baan)
  5. een krent (=een gierig persoon)
  6. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  7. een slimme vogel (=een handig persoon met overal een oplossing voor)
  8. een muur van onbegrip (=een hardnekkig gebrek aan begrip)
  9. het land hebben aan iets/iemand (=een hartgrondige afkeer hebben)
  10. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)
  11. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  12. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  13. droge stokvis (=een houterig iemand)
  14. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  15. een klein visje een zoet visje (=een klein voordeel of winstje dat met weinig moeite is verkregen)
  16. een visje verschalken (=een kleinigheid meepikken)
  17. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  18. een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
  19. de bom is gebarsten (=een langdurige spanning of conflict is tot een uitbarsting gekomen)
  20. de lange weg maakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  21. een aal bij de staart hebben (=een lastige taak ondernemen)
  22. een ridder zonder vrees of blaam (=een moedig mens)
  23. één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  24. belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
  25. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  26. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  27. het achtste wereldwonder (=een ongelooflijk prachtig iets)
  28. de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
  29. een echte Hannes (=een onhandig persoon)
  30. bij Neck om naar Den Haag (=een onnodige omweg maken)
  31. een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
  32. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  33. tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)
  34. met hem kun je gaan vissen (=een prettig persoon in de omgang)
  35. het uitmaken (=een relatie beëindigen)
  36. huishouden van Kea (=een rommelig huishouden)
  37. zo kalm als een zalm (=een rustig persoon)
  38. rusten aan abrahams` borst (=een rustig, aangenaam leven leiden)
  39. het is monnikenwerk (=een saaie, harde, langdurige taak)
  40. het huishouden van Jan Steen (=een slordige boel)
  41. een kerel als Kas (=een stevig gebouwde kerel (ironisch bedoeld))
  42. het op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren)
  43. er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  44. ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
  45. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  46. een lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
  47. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
  48. een pilaarbijter (=een zeer schijnheilig / hypocriet persoon)
  49. recht en slecht (=eenvoudig en eerlijk)
  50. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen