276 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ien`
- iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
- iemand van repliek dienen (=iemand gevat antwoorden)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- iemand voor vol aanzien (=iemand serieus nemen en respecteren.)
- iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
- iemand zien aankomen (=weten waar hij over zal beginnen, zich er alvast tegen wapenen)
- iets door de vingers zien (=iets oogluikend toestaan)
- iets door een gekleurde bril zien (=op een bevooroordeelde manier naar de zaak kijken)
- iets ertegenaan gooien (=ergens geld aan uitgeven)
- iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)
- iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
- iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
- iets over het hoofd zien (=iets vergeten of ontbreken)
- iets tegen de penning zestien verkopen (=iets zeer duur verkopen)
- in andermans weide lopen de vetste koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
- in geen velden of wegen te zien zijn (=iets is helemaal nergens te vinden)
- in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
- je eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bederven)
- je eigen naad naaien (=iets op zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
- je er uitdraaien (=je er uit redden)
- je fortuin te grabbel gooien (=geld verspillen)
- je hemel op aarde verdienen (=een goed en eerlijk leven leiden)
- je hielen laten zien (=weggaan)
- je kinderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een slechte) opvoeding geven)
- je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
- je naadje naaien (=zijn kans waarnemen, zijn aard volgen)
- je sporen verdienen (=respect krijgen door goed werk te verrichten)
- je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
- je verdiende loon krijgen (=krijgen wat hem toekomt (meestal iets slecht))
- koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
- korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
- korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële geschillen moet je direct oplossen)
- kruis of munt gooien (=ervoor loten)
- laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aantrekken)
- leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- leven als vrienden en rekenen als vijanden (=vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)
- liever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
- liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
- luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
- met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
- met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
- met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
- met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
- met de nek aanzien (=met minachting behandelen)
- met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
- met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
- met hem kan men geen spies draaien (=met hem valt niet samen te werken)
- met tak en wortel uitroeien (=geheel uitroeien)
- met wortel en tak uitroeien (=iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben)
- met zijn tien geboden eten (=zonder bestek met de vingers eten)
213 betekenissen bevatten `ien`
- in geen kerk of kluis komen (=niet godsdienstig zijn)
- overboord werpen (=niet langer gebruiken, ervan afzien)
- geen complimenten maken met (=niet ontzien, beslist optreden)
- een bord voor de kop hebben (=niet voor andere zienswijzen openstaan)
- daar helpt geen lievemoederen/moedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
- geen heil verwachten (=niets positiefs zien)
- taal noch teken van iemand vernemen (=niets van iemand horen/zien)
- stank voor dank (=ondankbaarheid ervaren voor geboden diensten.)
- op de tast (=op het gevoel, zonder te zien)
- aap wat heb je mooie jongen spelen (=overdreven vriendelijk zijn)
- wie het laatst lacht, lacht het best (=pas aan het einde kan je zien we gewonnen heeft)
- hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
- ziende blind en horende doof zijn (=slechte dingen niet willen zien en horen)
- kwade gezelschappen bederven goede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
- groeien als kool (=snel opgroeien)
- boompje groot, plantertje dood (=sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien)
- zijn zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)
- iemand honing om de mond smeren (=tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen)
- kruisjes achter de rug hebben (=tientallen jaren oud zijn)
- snoeien doet bloeien. (=tijdelijke opofferingen zijn nodig om op de lange termijn te kunnen gedijen en bloeien)
- bakzeil halen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
- doe wel en zie niet om. (=toon vriendelijkheid of behulpzaamheid zonder iets in ruil te verwachten)
- met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
- heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
- aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
- slapende rijk worden (=veel geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen)
- over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchische of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
- de paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
- een roze bril op hebben (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
- koud en heet uit één mond blazen. (=verschillende standpunten innemen om zijn eigen belangen te dienen)
- iemand naar de mond praten (=vleien en vriendelijk zijn om iets gedaan te krijgen)
- met de gebakken peren blijven zitten (=voor de moeilijkheden opdraaien)
- kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
- voor de bui binnen zijn (=voordat het slechter wordt genoeg verdiend hebben)
- leven als vrienden en rekenen als vijanden (=vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)
- hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist schertsende verwelkoming van late bezoekers)
- iemand onder de kin strijken (=vriendelijke of vleiende dingen tegen iemand zeggen)
- beter een goede buur dan een verre vriend (=vriendschap op afstand is minder waardevol)
- vrienden in nood, honderd in een lood (=wanneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek)
- een open boek zijn (=wanneer je karakter eenvoudig te doorzien is)
- in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
- aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
- poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
- kort aangebonden (=weinig zeggend, onvriendelijk)
- kort van stof (=weinig zeggend, onvriendelijk)
- voorbij de schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
- adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
- wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
- liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
- hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
50 dialectgezegden bevatten `ien`
- de zök d'r ien zette (=tempo maken) (Wells)
- De zök d' r ien zette (=Vaart maken) (Genneps)
- den diene zijne rugge is uuk nat als gij tschiept, zijn ien uuge zegt foert tegen tandere (=iemand die scheel kijkt) (Gents)
- Den kop ien de wie.nd smiete (=Dwars worden) (Genneps)
- den speijt er nie ien (=die lust wel een een stevige slok) (Genneps)
- die beid'nt loop'm ien 't zulfde gareel (=die twee doen alles samen) (Westerkwartiers)
- die beid'nt zitt'n 'n anner ien 'e hoar'n (=die twee hebben ruzie) (Westerkwartiers)
- die boksem het moeke ien 'n anner tjoekt (=die broek heeft moeder gemaakt) (Westerkwartiers)
- die groeit teeg'n de verdrukk'n ien (=als het iemand goed gaat terwijl het elders slechter gaat) (Westerkwartiers)
- die het ´n leev´m as God ien Frankriek (=die heeft een prachtig mooi leven) (Westerkwartiers)
- die het 'n leev'm as God ien Frankriek (=die heeft een schitterend leven) (Westerkwartiers)
- die het twee iezers ien 't vuur (=die heeft twee mogelijkheden) (Westerkwartiers)
- die ien ' t schip zit moet metvoar' n (=als je lid bent van een club moet je ook meedoen) (Westerkwartiers)
- die is ien goeie doen (=die is schatrijk) (Westerkwartiers)
- die is mak ien alle zeel'n (=die voelt zich overal thuis) (Westerkwartiers)
- die ken niet ien 'e schaduw stoan bij . . . (=die is lang niet zo goed als . . .) (Westerkwartiers)
- die kinst ien 'e buus steek'n (=die kun je in je zak steken) (Westerkwartiers)
- die kirrel ken wel poodjeboad'n ien zien cent'n (=die kerel heeft heel veel geld) (Westerkwartiers)
- die kirrel stijt scheef ien 'e schoen'n (=die man is oneerlijk) (Westerkwartiers)
- die lopt niet ien zeuv'm sloot'n tegeliek (=die redt zichzelf wel) (Westerkwartiers)
- die stij ien 'n kwoad daglicht (=die staat slecht te boek) (Westerkwartiers)
- die stijt niet vaast ien zien schoen'n (=hij is niet geheel zeker van zijn zaak) (Westerkwartiers)
- die sulle duir gin gaotjes ien 't sand pisse (=die zullen daarv geen gaatjes in het zand pissen) (Nijmeegs)
- die verdient 'et zolt ien 'e zuupnbrij niet (=die verdient veel te weinig) (Westerkwartiers)
- die waark'n mekoar ien 'e haand (=die twee helpen elkaar) (Westerkwartiers)
- die woon'n doar ien 'n paradies (=die wonen daar op een prachtig stee) (Westerkwartiers)
- die zit goed ien 'e slabbe was (=die heeft geld zat) (Westerkwartiers)
- die zit niet veur zwitvoet'n ien de bak (=die zit niet voor niets in de bajes) (Westerkwartiers)
- diejen eit er iên boven zoan oeëg (=De heeft er eentje teveel op) (Booms)
- dij ien 't zwit joag'n (=je afbeulen) (Westerkwartiers)
- dik doen ien 'e tuun (=barbecueën) (Westerkwartiers)
- dik doun ien toen (=bbq-en) (Hogelandsters)
- Din bist van iën vleeg nit (=Hij laat zich niet gek maken) (Sevenums)
- dit is't verhoal ien 'e neudedop (=dit is het verhaal in het kort) (Westerkwartiers)
- doar durf ik mien haand niet veur ien 't vuur te steek'n (=daar durf ik geen eed op te zweren) (Westerkwartiers)
- doar goa 'k me ien vaastbiet'n (=daar ga ik helemaal voor) (Westerkwartiers)
- doar heb 'k de pest over ien (=daar heb ik een enorme hekel aan) (Westerkwartiers)
- doar hei je 't gesmiet ien 'e gloaz'n (=daar begint het gedonder) (Westerkwartiers)
- doar steek ik mien haand niet veur ien 't vuur (=dat kan ik niet garanderen) (Westerkwartiers)
- doar ston 'k veur ien (=daar sta ik borg voor) (Westerkwartiers)
- doar was ze niet veur ien ' e wieg lijt (=daar was ze niet geschikt voor) (Westerkwartiers)
- doar zit gien leev'm ien 'e brouwerij (=het is daar dood katoen) (Westerkwartiers)
- doar zit volg'ns mij wel muziek ien (=daar zie ik wel handel in) (Westerkwartiers)
- doar zit wel meziek ien (=daar zit wel handel in) (Westerkwartiers)
- doarvan goan dertien ien 'n dozien (=gewone alledaagse dingen) (Westerkwartiers)
- doarveur is 'er niet ien 'e wieg lijt (=dat past niet bij hem) (Westerkwartiers)
- Drek lig ik ien de graaf (=Straks lig ik langs de kant van de weg) (Huissens)
- Drok weden as een barbier met ien klaant (=Druk zijn met niets) (Drents)
- e stuk in de kloete hubbe, uh stuk ien munne buijel (=zat zijn) (Lanakens)
- één de pest ien joag' n (=iemand treiteren) (Westerkwartiers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen