179 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `UN`
- niet van de wind kUNnen leven (=moeten werken om alles te kunnen betalen)
- niet vet kUNnen soppen (=het niet breed hebben)
- niets kUNnen binnenkrijgen (=niet kunnen eten)
- nog niet op eigen benen kUNnen staan (=nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
- oefening baart kUNst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
- ongegUNd brood wordt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
- op dat mes kUN je naar Keulen rijden (=dat mes is erg bot)
- op de pit leUNen (=zich laten voorzeggen (door toneelspelers))
- over de koppen kUNnen lopen (=gezegd als het erg druk is)
- overweg kUNnen (=kunnen verdragen, aankunnen)
- stel niet uit tot morgen wat je vandaag nog kUNt doen. (=wacht niet, morgen kan te laat zijn)
- tegen een stootje kUNnen (=wel iets kunnen verdragen)
- tot geen drie kUNnen tellen (=erg dom zijn)
- tot in de pUNtjes (=tot in het kleinste detail)
- tot in de pUNtjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
- van een kale kip kUN je niet plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- van een mooi bord kUN je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets)
- van een mooie / knappe tafel kUN je niet eten. / Van een mooi bord kUN je niet eten. (=knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
- veel varkens maken de spoeling dUN (=als je met veel bent, moet je ook met veel delen)
- verkeren kUNnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
- volgens de regels der kUNst (=zoals het hoort)
- voor geld kUN je de duivel doen dansen (=met geld kun je alles gedaan krijgen)
- voor goede mUNt aannemen (=geloven)
- we kUNnen niet allen paus van Rome zijn (=niet iedereen kan de baas zijn)
- wel onder zijn zolen kUNnen schrijven (=wel mogen vergeten)
- wel thuis kUNnen blijven (=het wel kunnen vergeten)
- zo stil dat je een speld kUNt horen vallen (=bijzonder stil)
- zo vraagt men de boeren de kUNst af (=zo verneem je hoe het moet)
- zwemmen als een vis kUNnen (=een expert zijn in zwemmen)
338 betekenissen bevatten `UN`
- de handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steUNen)
- je handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steUNen)
- iemand of iets de baas zijn (=iemand of iets kUNnen overmeesteren)
- iemand een warm hart toedragen (=iemand steUNen)
- op de proppen helpen (=iemand steUNen en verder helpen)
- vat op iemand krijgen (=iemand van iets kUNnen overtuigen)
- een lange arm hebben (=iemand zelfs vanaf een grote afstand nog dwars kUNnen zitten)
- geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kUNt doen)
- met zijn pink manoeuvreren (=iets als de beste kUNnen)
- er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hUN eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
- iets op je vingers kunnen natellen (=iets erg gemakkelijk kUNnen nagaan/checken)
- een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kUNnen verkrijgen)
- te/van pas komen (=iets goed kUNnen gebruiken)
- er slag van hebben (=iets handig kUNnen doen)
- iets op zijn sloffen aankunnen (=iets heel gemakkelijk kUNnen uitvoeren)
- geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekUNd)
- buiten iets kunnen. (=iets kUNnen missen)
- iets onder de knie hebben/krijgen (=iets kUNnen of leren kUNnen)
- er geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kUNnen begrijpen)
- iets niet met zijn geweten overeen kunnen brengen (=iets niet kUNnen doen omdat men het niet goed vindt)
- iets niet kunnen gebeteren (=iets niet kUNnen verhelpen)
- met geen pen te beschrijven zijn (=iets niet met woorden kUNnen zeggen)
- nog niet jarig zijn (=iets ongUNstigs te verwachten hebben)
- tekortschieten (=iets onvoldoende hebben of kUNnen doen)
- je oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kUNnen geloven)
- iets op je buik kunnen schrijven (=iets wel kUNnen vergeten, dat wat je wilde gaat niet door)
- de rijzende/opgaande zon aanbidden (=in de gUNst trachten te komen van iemand die succesvol is)
- aan het kortste eind trekken (=in de ongUNstigste positie zijn / verliezen)
- geramd zitten (=in een gUNstige positie verkeren)
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kUNt leden uit een gemeenschap winnen, maar hUN moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- een kat komt altijd op z`n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kUNnen vanzelf weer voor elkaar komen)
- de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kUNnen verdragen)
- de liefde van een man gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met goede kookkUNst en lekker eten.)
- meten is weten, gissen is missen (=je kUNt beter afmetingen meten dan schatten)
- een goed pad krom loopt niet om. (=je kUNt beter geen onnodige veranderingen aanbrengen)
- een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg (=je kUNt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
- langzaam aan, dan breekt het lijntje niet (=je kUNt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaat)
- het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=je kUNt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
- wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=je kUNt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
- nee heb je, ja kun je krijgen (=je kUNt het altijd proberen)
- er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden (=je kUNt het niet iedereen naar de zin maken)
- geef een man een vis dan heeft hij die dag te eten (=je kUNt iemand beter leren vissen dan heeft hij z`n leven lang vis te eten)
- proberen is het naaste recht. (=je kUNt iets altijd proberen.)
- de aanval is de beste verdediging (=je kUNt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
- je kunt wel dansen, ook al is het niet met de bruid (=je kUNt je best amuseren ook al is het niet altijd precies wat je zou willen)
- die geboren is om te hangen, zal niet verdrinken. (=je kUNt je lot niet ontlopen.)
- het zijn niet al ridders die sporen dragen (=je kUNt niet alleen aan iemands uiterlijk afleiden of hij ergens geschikt voor is)
- het is niet altijd kermis. (=je kUNt niet altijd feestvieren.)
- het laatste hemd heeft geen zakken (=je kUNt niets meenemen als je dood gaat (laatste hemd = doodshemd))
- wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kUNt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
50 dialectgezegden bevatten `UN`
- Dur is niks gekker as UN mins (=Er is niets zo gek als een mens.) (Volendams)
- Dur komt UN stoèt woater vaan bovu (=Er komt bovenstrooms zeer veel water) (Brakels (gld))
- dur kwaam UN aor in de botter (=vervolgens kwam er ruzie van) (Oudenbosch)
- Dur loop UN geit op ut begijnhof, UN stuiver azjiejum grijp (=Er loopt een geit op het Bagijnhof, een stuiver als je hem grijpt (idem)) (Dordts)
- dur UN rej-tuug wurde né over ri-je, maer wel door UN stroontkaar (=een fatsoenlijk iemand zal je geen hak zetten) (Budels)
- dut eht UN oelifant daan (=dat heeft een olifant gedaan) (Volendams)
- ee ee UN stik in zijn voeten (=dronken zijn) (Lovendegems)
- Ee kul lustegij ok UN bolleke (=Hé jongen lust jij ook een snoepje) (Bergs)
- eemiegrêere dè-s UN hil òngaon (=emigratie is een hele onderneming) (Tilburgs)
- een tuutse mee drei bollekies OF UN ooreke mé trei bollekies (=een hoorntje met 3 bolletjes) (Oudenaards)
- een vliegende kroai e méér as UN zittende (=weer wat gekregen hebben) (Graauws)
- ei ju al UN ket (=heb je al een meisje voor de kermis) (Volendams)
- Êi ken op UN bördje (=Een erg goed persoon) (Volendams)
- ei UN puut in je kele (=schorre stem) (Zeeuws)
- Eij is as UN grootmajoor (=Hij is dronken) (Kampers)
- Èj et dair UN sappie van (=Hij heeft daar verstand van) (Volendams)
- Ej ies niet nes UN aor, ej ies UN aordigaitje (=Hij is eigenaardig vanwege zwakbegaafdheid) (Volendams)
- Ej ies niet nes UN oar (=hij is zwakbegaafd) (Volendams)
- en mohhe kan we vliehen me UN vliehe nie mohhen (=muggen) (Zeeuws)
- En snel UN bietje (=En snel een beetje) (Tilburgs)
- Èn t ës UN eewuch zweiñ (En het is een eeuwig zwijgen.) (=ALTIJD Het is voor altijd geregeld / in orde.) (Oudenaards)
- enen hakdòl drèèfde aon meej UN piske, enen drèèftol meej UN zwipke. (=een haktol drijf je aan met een peestouwtje, een drijftol met een zweepje.) (Tilburgs)
- er UN goeie snok aon geve (=alvast een goed stuk van het werk doen) (Oudenbosch)
- Es 'k 't geld in UN beschètu pampierku zò krijgu dan zò'k ut nie afsloan (=Als ik het geld in een bescheten papiertje zou krijgen dan zou ik het niet afslaan) (Brakels (gld))
- et schilt mar UN haonekulleke (=het scheelt bijna niets.) (Tilburgs)
- flikker naw us UN eind op (=ga toch eens weg) (helmonds)
- ga ' s UN stukkie naar voorne (=kUNt u een stukje naar voor gaan?) (Nieuw lekkerlands)
- Ga jij effe UN luchie zetten (=Luchtramen in de kas openen) (Westlands)
- Ga met God hebbie UN goeie Leidsman (=Doei, en succes hè (sarcastisch)) (Utrechts)
- gaodde gij mar UN deur wijer (=maak dat je weg komt) (Oudenbosch)
- gaode gij mar UN deur wijer (=ik geloof niets van wat je zegt) (Oudenbosch)
- gaode gij nou mar es UN rondje deur d n Bogerseweg lope of tAlbaonostraotje agge wult (=ga jij nu eens even weg hier) (Oudenbosch)
- gaogut UN bietje (=gaat alles goed) (Oudenbosch)
- ge goat dad UN bitsje moet'n èèr'n (=je zult dit even moeten verdragen, doorstaan) (Wevelgems)
- Ge goat tekièr es UN bleind pèèrd (=Je gaat flink tekeer) (Brakels (gld))
- gè hèt UN schôon pèkske aon (=je hebt een mooi pakje aan) (Tilburgs)
- Ge kaant bètur dur UN koets overreju worru dan dur UN strontkar (=Je kUNt beter door een koets worden overreden dan door een strontkar) (Brakels (gld))
- Ge kUN ut krègge zo as ge ut wilt, opgerold of op UN bolleke! (=Je kUNt het krijgen zoals je wilt!) (Tilburgs)
- ge kUNnut krèège zogget wilt: dik, dUN of dur UN duukske (=Je kUNt het hebben zoals je wilt) (Tilburgs)
- Ge kUNt be^ter is op us op UN aender gaon (=Het is goed om eens buiten de deur te gaan) (Ewijk (Euiwwiks))
- Ge kUNt er bèter van pisse as van UN körsje broeëd (=Veel gehoord bij het drinken van een glas bier) (Zurriks)
- ge kUNt UN dikken tokus krijgen gij (=je kUNt kapot vallen) (Tilburgs)
- ge kUNt vur UN eindje worst gin heel verreke in huis hoale (=Geen zin om opnieuw te trouwen van een weduwe) (brabants)
- ge mo nie van elke scheet UN donderslag maoke (=je moet niet steeds zo overdrijven) (Oudenbosch)
- ge mot oew eige kietele ; UN aander doetut nie (=soms moet je jezelf verwennen) (Oudenbosch)
- ge vurdientur UN plekske in dUN emel meej (=je doet er een heel goed werk mee) (Oudenbosch)
- gè zèèt UN schôon taante, gij! (=jij bent me een mooi, hoor.) (Tilburgs)
- Ge zij'd UN schòòn dieng.
Ge zij d'UN mooi diengske. (=Je bent een lekker ding.) (Roosendaals)
- ge zijt UN stuk ellende en daor zijde gelijk mee gepreze (=je hebt mij wederom teleurgesteld) (Oudenbosch)
- ge zou tur UN jong van krijge (=tegenvallend verloop) (Oudenbosch)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen