Spreekwoorden met `ens`

Zoek


147 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ens`

  1. je kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)
  2. je licht ergens op laten schijnen (=iets duidelijk maken)
  3. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  4. je penaten ergens vestigen (=zich vestigen (zich ergens thuis voelen))
  5. je voelhorens uitsteken (=trachten te achterhalen)
  6. jongens van Jan de Witt (=dappere jongens zijn)
  7. koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
  8. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  9. leugens hebben korte benen (=met liegen kom je niet ver)
  10. mensen vertellen veel op een zomerse dag. (=verhalen kloppen niet altijd)
  11. met de hersens van een garnaal (=erg dom)
  12. met de kuikens gaan slapen. (=vroeg naar bed gaan)
  13. met de vossenstaart geselen (=zacht straffen)
  14. morgen des levens (=de jeugd)
  15. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  16. niet volgens Lucas. (=niet controleren of iets wel klopt)
  17. onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
  18. oude bokken hebben stijve horens (=oude mensen hebben vaak vaste gewoontes die maar moeilijk kunnen veranderen)
  19. rozen voor de varkens/zwijnen strooien (=iets goed doen voor mensen die dat niet waarderen)
  20. semper virens (=altijd groen) (Latijn)
  21. sinds mensenheugenis (=al lange tijd)
  22. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  23. te wensen overlaten (=niet geheel voldoen)
  24. tegen windmolens vechten (=tegen irreëele gevaren/zaken vechten)
  25. tegenspel bieden/geven (=tegenstand bieden)
  26. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  27. van de bovenste plank (=van de beste kwaliteit)
  28. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  29. van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen)
  30. varkensvlees onder de armen hebben (=erg lui zijn)
  31. veel varkens maken de spoeling dun (=als je met veel bent, moet je ook met veel delen)
  32. verrijzen als paddenstoelen na een regenachtige dag (=plots tevoorschijn komen)
  33. vieze varkens worden niet vet (=wie overal vies van is, zal niet veel te eten krijgen)
  34. vis laat de mens zoals hij is (=van vis eten wordt je niet dik)
  35. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  36. volgens de regels der kunst (=zoals het hoort)
  37. volgens het boekje (=overeenkomstig de theorie of overeenkomstig de voorschriften)
  38. wat de mens zaait zal hij maaien (=je moet er iets voor doen, als je wat wil krijgen)
  39. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
  40. wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  41. willens en wetens iets doen (=met opzet)
  42. zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
  43. zo fijn als gemalen poppenstront (=zeer streng rechtzinnig)
  44. zo het handje thuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)
  45. zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
  46. zo stijf als een bonenstaak (=bijzonder stijf)
  47. zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)

410 betekenissen bevatten `ens`

  1. ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
  2. naar iets talen (=ergens belangstelling voor hebben)
  3. iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
  4. de kraag kosten (=ergens bij om het leven komen)
  5. heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
  6. de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
  7. er heg noch steg weten (=ergens de weg niet kennen)
  8. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  9. de nacht brengt raad. (=ergens een nachtje over slapen leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
  10. de vlag uitsteken (=ergens erg blij mee zijn)
  11. de haren ten berge (doen) rijzen (=ergens erg van (doen) schrikken)
  12. zeeën van tijd hebben (=ergens erg veel tijd voor hebben)
  13. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  14. voor anker gaan (=ergens gaan wonen en langer verblijven)
  15. iets links laten liggen (=ergens geen aandacht aan geven)
  16. genade vinden (=ergens geen straf voor krijgen of iets niet toegerekend worden)
  17. van iets zoveel verstand hebben als een koe van saffraan eten (=ergens geen verstand van hebben)
  18. met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
  19. iets ertegenaan gooien (=ergens geld aan uitgeven)
  20. geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
  21. je bekomst ergens van hebben (=ergens genoeg van hebben)
  22. het de keel uithangen (=ergens genoeg van hebben)
  23. acht slaan op iets (=ergens goed op letten)
  24. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  25. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  26. bij Sint Joris in de kost zijn (=ergens gratis eten)
  27. er gezoden en gebraden liggen. (=ergens heel vaak zijn)
  28. iemand iets op een briefje geven (=ergens heel zeker van zijn)
  29. lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
  30. een vinger in de pap hebben (=ergens iets in te zeggen hebben, invloed hebben)
  31. in de termen vallen (=ergens in aanmerking voor komen)
  32. zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
  33. er de brui aan geven (=ergens mee ophouden)
  34. aan de haal gaan (=ergens mee vandoor gaan)
  35. door de knieën gaan (=ergens met tegenzin mee akkoord gaan)
  36. schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
  37. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  38. je draai niet kunnen vinden (=ergens niet kunnen aarden)
  39. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  40. iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn)
  41. er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  42. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  43. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  44. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  45. er geen drol van begrijpen (=ergens niets van begrijpen)
  46. de draak met iets steken (=ergens niets van geloven en er grapjes over maken)
  47. als sneeuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
  48. onder de schoenzolen schrijven (=ergens niets van terecht komen)
  49. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  50. ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen